Skip to content

12.1. Voltooid passief deelwoord (PPP)

Een manier om passieve zinnen in de verleden tijd te vormen, is de constructie met het zogenaamde voltooid passief deelwoord (PPP).

In werkelijkheid is het PPP geen echt deelwoord, omdat het niet wordt gevormd vanuit een tijdstam. Het is veeleer een naamwoordvorming op basis van de stam met het primaire achtervoegsel -ta of -na. Daarom spreekt men in de Indische grammatica van het achtervoegsel kta.

12.1.1. Schema voor transitieve werkwoorden

Agent (kartṛ) in de instrumentalis (tṛtīyā) -- lijdend voorwerp (karman) in de nominatief (prathamā) -- voltooid passief deelwoord

Het PPP komt in dit geval qua getal, naamval en geslacht overeen met het lijdend voorwerp.

Een hulpwerkwoord („zijn“) is niet nodig.

Voorbeelden:
> sādhunā svarga āptaḥ = साधुना स्वर्ग आप्तः = „(Door de heilige werd een hemel verkregen) = De heilige heeft een hemel verkregen.“
>
> brāhmaṇena devīṣṭā = ब्राह्मणेन देवीष्टा = „(Door de brahmaan werd de godin met een offer vereerd) = De brahmaan heeft de godin met een offer vereerd.“

12.1.2. Schema I voor intransitieve werkwoorden en werkwoorden van beweging

Agens (kartṛ) in de nominatief (prathamā) -- voltooid passief deelwoord

In dit geval komt het PPP qua getal, naamval en geslacht overeen met het agens. Het voltooid deelwoord „passief“ heeft bij intransitieve werkwoorden (werkwoorden zonder lijdend voorwerp) en bewegingswerkwoorden een actieve betekenis.

Voorbeeld:
> kṣatriyā nagaraṃ gatā = क्षत्रिया नगरं गता = „De Kṣatriya-vrouw is naar de stad gegaan.“

12.1.3. Schema II voor intransitieve werkwoorden en werkwoorden van beweging

Agens (kartṛ) in de instrumentalis (tṛtīyā) -- PPP in de nominatief enkelvoud onzijdig

Voorbeeld:

kṣatriyeṇa (nagaraṃ) gatam = क्षत्रियेण (नगरं) गतम् = „(Door de Kṣatriya werd (naar de stad) gegaan) = De Kṣatriya is (naar de stad) gegaan.“

De constructie volgens Schema II is veel zeldzamer dan de constructie volgens Schema I.

12.2. Over de betekenis van het PPP

Terwijl dus het zgn. „Partizip Perfekt Passiv“ voor transitieve werkwoorden in de eerste plaats passieve betekenis heeft (āpta = „bereikt (worden)“) en voor intransitieve werkwoorden en werkwoorden van beweging actieve betekenis (gata = „gegaan“), zijn er enkele werkwoorden waarbij het PPP zowel actieve als passieve betekenis kan hebben:

bijv.
gata = गत = „gegaan“ (actief); maar ook: gato mārgaḥ = गतो मार्गः = „een gegaan pad“ (passief)
āpta = आप्त = „bereikt worden“ (passief), „bereikt hebbend“ (actief)

12.3. Vorming van het PPP

Er komen de volgende vormingswijzen voor (bij elke wortel moet telkens het bijbehorende PPP geleerd worden!):

(meestal) wortel in de zwakke trap

+ -ta
met bindklinker -i- ervoor: -ita
zonder bindklinker: -ta
+ -na

De femininestammen luiden: -tā, -itā, -nā; het neutrum verbuigt als phala o.

12.3.1. PPP op -ta (kta)

12.3.1.1. Zonder bindklinker -i- (aniṭ)

aniṭ = „zonder (an-) voor het suffix geplaatste (-i-) t“ (d.w.z. zonder de bindklinker i).

Het PPP wordt over het algemeen gevormd van wortels die op een klinker eindigen, alsook van veel andere wortels, zonder dat er een vaste regel voor kan worden gegeven bij welke gestructureerde wortels de tussenvocal voorkomt of niet.

Een lijst van de aniṭ-wortels vindt men bij Kielhorn, Grammatik § 298.

Voorbeelden:

WortelPPP (kta)
bhū 1 P
(भू)
bhū-ta
(भूत)
smṛ 1 P
(स्मृ)
smṛ-ta
(स्मृत)
nṛt 4 P
(nṛt-ta)
(नृत्त)
nṛt-ta
(नृत्त)
1 U
(नी)
nī-ta
(नीत)
man 4 Ā
(मन्)
ma-ta (*mn-ta)
(मत)
su 5 U
(सु)
su-ta
(सुत)
gam 1 P
(गम्)
ga-ta (< *gm-ta)
(गत)
ji 1 P
(जि)
ji-ta
(जित)
śru 5 P
(श्रु)
śru-ta
(श्रुत)
kṛ 8 U
(कृ)
kṛ-ta
(कृत)
tan 8 U
(तन्)
ta-ta (< *tn-ta)
(तत)
iṣ 6 P
(इष्)
iṣ-ṭa
(इष्ट)

12.3.1.2. Met tussenvocal -i- (seṭ)

seṭ = sa-iṭ = „met (sa-) het suffix voorafgaand aan (-i-) t“ (d.w.z. met de tussenvocal i).

Voorbeelden:

WortelPPP (kta)
kup 4 P
(कुप्)
kup-i-ta
(कुपित)
khād 1 P
(खाद्)
khād-i-ta
(खादित)
rakṣ 1 P
(रक्ष्)
rakṣ-i-ta
(रक्षित)
vad 1 P
(वद्)
ud-i-ta (< *vd-i-ta)
(उदित)

12.4. Wetten van de klankverbinding in het woord

Bij aniṭ-vormingen moeten de volgende wetten van de klankverbinding in het woord in acht worden genomen. Deze wetten zijn zeer belangrijk voor het begrip van de gehele Sanskrit-vormenleer.

1. k, t, p blijven vóór een stemloze plosief (bijv. t, th) onveranderd:pt, tt, kt = प्त्, त्त्, क्त्
2. ct wordt vervangen door kt = क्त्:muc + ta » muk-ta = मुक्त
3. śt wordt vervangen door ṣṭ = ष्ट्:dṛś + ti » dṛṣṭi = दृष्टि
dṛś + ta » dṛṣṭa = दृष्ट
viś + ta » viṣṭa = विष्ट
4. Een stemhebbende niet-geaspireerde plosief – behalve j – wordt vóór een stemloze klank vervangen door de daarmee corresponderende stemloze niet-geaspireerde klank:d + t(h) » tt(h) = त्त्, त्थ् (belangrijk voor de 2e presensklasse)
5. jt wordt vervangen door kt of ṣṭ (niet facultatief!):yuj + ta » yuk-ta = युक्त
yaj + ta » iṣ-ṭa = इष्ट (< *yj-ta)
sṛj + ta » sṛṣ-ṭa = सृष्ट
sṛj + ti » sṛṣ-ṭi = सृष्टि
6. Stemhebbende geaspireerde plosief + stemloze plosief » stemhebbende niet-geaspireerde plosief + stemhebbende geaspireerde plosief (de aspirantenwet van Bartholomae):bh-t » b-dh:
labh + ta » lab-dha = लब्ध
dh-t » d-dh:
budh + ta » bud-dha = बुद्ध
yudh + ta » yud-dha = युद्ध
krudh + ta » krud-dha = क्रुद्ध
7. h-t wordt vervangen door ḍh met verlenging van een voorafgaande i respectievelijk u; of door gdh. Vóór zulk een ḍh wordt a vervangen door o, zeldzamer door ā:dah + ta » dag-dha = दग्ध
guh + ta » gūḍha = गूढ (guh 1 (gūhati) „iets verbergen”)
muh + ta » mug-dha / mūḍha = मुग्ध / मूढ
sah + ta » soḍha = सोढ

12.5. Woordenlijst

budh 4 Ā (budhyate) / 1 U (bodhati), PPP buddha बुध् बुध्यते बोधति बुद्ध : ontwaken, tot inzicht ontwaken, kennen; PPP buddha 3 ontwaakt, daarom Buddha = "de Ontwaakte" (niet: de Verlichte)


Afb.: गौतमो बुद्धः
(Afbeeldingsbron: Details)

dah 1 P (dahati), PPP dagdha दह् दहति दग्ध : (iets) verbranden
sah 1 Ā (sahate), PPP soḍha सह् sahate soḍha : aankunnen, verdragen, geduldig verdragen = vergeven
mṛga m. मृग : wild dier
mārga m. मार्ग : weg (wegen waren vaak de wildwissels)


Afb.: मार्गः
(Afbeeldingsbron: Details)

api अपि : ook (achtergeplaatst)

Tot de 6e presensklasse worden door de inheemse grammatici enkele wortels gerekend, die de presensstam met nasalinfix en themavocaal a vormen, bijv.:

muc 6 U (muñcati), PPP mukta मुच् मुञ्चति मुक्त : losmaken, loslaten, bevrijden; uit de kringloop der wedergeburten (saṃsāra m.) bevrijden = verlossen
sic 6 U (siñcati), PPP sikta सिच् सिञ्चति सिक्त : besprenkelen

Over woordvorming:

muc: mokṣa m. मोक्ष : losmaking, bevrijding, verlossing
sic + abhi-: abhiṣeka m. अभिषेक : besprenkeling van een koning bij de koningswijding, koningswijding
budh: bodhi m./f. बोधि : het ontwaken (waardoor een Buddha of Jina tot het verlossende inzicht komt)


Afb.: महावीरो जिनः
(Afbeeldingsbron: Details)

buddhi f. (budh + -ti) बुद्धि : kennis, orgaan van de kennis.

12.5.1. Passief en PPP van de tot nu toe geleerde wortels

Wortel
धातु
Passief Presentum 3. sg. Indicativus
यक् लट्
PPP
क्त
5 Ā
अश्
aśyate
अश्यते
aṣṭa
अष्ट
āp 5 P
आप्
āpyate
आप्यते
āpta
आप्त
as 2 P
अस्
bhūta
भूत
bhaj 1 U
भज्
bhajyate
भज्यते
bhakta
भक्त
bhū 1 P
भू
bhūyate
भूयते
bhūta
भूत
budh 4 Ā / 1 U
बुध्
budhyate
बुध्यते
buddha
बुद्ध
dah 1 P
दह्
dahyate
दह्यते
dagdha
दग्ध
div 4 P
दिव्
dīvyate
दीव्यते
dyūta
द्यूत
dṛś
दृश्
dṛśyate
दृश्यते
dṛṣṭa
दृष्ट
gam 1 P
गम्
gamyate
गम्यते
gata
गत
grah 9 U
ग्रह्
gṛhyate
गृह्यते
gṛhīta
गृहीत
hṛ 1 U
हृ
hriyate
ह्रियते
hṛta
हृत
i 2 P
īyate
ईयते
ita
इत
iṣ 6 P
इष्
iṣyate
इष्यते
iṣṭa
इष्ट
jan 4 Ā
जन्
janyate
जन्यते
jāta
जात
ji 1 P
जि
jīyate
जीयते
jita
जित
kath 10 U
कथ्
kathyate
कथ्यते
kathita
कथित
khād 1 P
खाद्
khādyate
खाद्यते
khādita
खादित
kṛ 8 U
कृ
kriyate
क्रियते
kṛta
कृत
krudh 4 P
क्रुध्
krudhyate
क्रुध्यते
kruddha
क्रुद्ध
kup 4 P
कुप्
kupyate
कुप्यते
kupita
कुपित
labh 1 Ā
लभ्
labhyate
लभ्यते
labdha
लब्ध
man 4 Ā
मन्
manyate
मन्यते
mata
मत
mṛ 6 Ā
मृ
mriyate
म्रियते
mṛta
मृत
muc 6 U
मुच्
mucyate
मुच्यते
mukta
मुक्त
1 U
नी
nīyate
नीयते
nīta
नीत
paś
पश्
(dṛśyate)
दृश्यते
(dṛṣṭa)
दृष्ट
pat 1 P
पत्
patyate
पत्यते
patita
पतित
prach 6 P
प्रच्छ्
pṛcchyate
पृच्छ्यते
pṛṣṭa
पृष्ट
pūj 10 U
पूज्
pūjyate
पूज्यते
pūjita
पूजित
rakṣ 1 P
रक्ष्
rakṣyate
रक्ष्यते
rakṣita
रक्षित
ram 1 Ā
रम्
ramyate
रम्यते
rata
रत
sah 1 Ā
सह्
sahyate
सह्यते
soḍha
सोढ
sic 6 U
सिच्
sicyate
सिच्यते
sikta
सिक्त
śru 5 P
श्रु
śrūyate
श्रूयते
śruta
श्रुत
su 5 U
सु
sūyate
सूयते
suta
सुत
svap 2 P
स्वप्
supyate
सुप्यते
supta
सुप्त
tyaj 1 P
त्यज्
tyajyate
त्यज्यते
tyakta
त्यक्त
uch
उछ्
uṣita
उषित
vad 1 P
वद्
udyate
उद्यते
udita
उदित
vas 1 P
वस्
uṣyate
उष्यते
uṣita
उषित
vadh
वध्
vadyate
वद्यते
hata
हत
yaj 1 U
यज्
ijyate
इज्यते
iṣṭa
इष्ट
yudh 4 Ā
युध्
yudhyate
युध्यते
yuddha
युद्ध

12.6. Oefening

A) Vorm passieve zinnen in de verleden tijd uit de actieve zinnen van Lektion 7, oefening A, waarbij u voor intransitieve werkwoorden en bewegingswerkwoorden actieve zinnen in de verleden tijd vormt.

B) Vorm de overeenkomstige PPP's bij de werkwoordsvormen van Lektion 10, oefening A. Houd er rekening mee dat een vorm als sṛjati PPP's in alle drie geslachten overeenkomen.

C) Zet de zinnen van Lektion 10, oefening C, passief in de verleden tijd.

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village