Skip to content

Les 24

24.1. De datief (चतुर्थी = "vierde kasusuitgang")

1. Om het doel of een voornemen ("om te") van een handeling weer te geven, kan men in plaats van het infinitief (तुमुन्) ook een zelfstandig naamwoord met kṛt-suffix, dat een handeling of toestand aanduidt, in de datief (चतुर्थी = "vierde kasusuitgang") gebruiken.

Voorbeeld:

in plaats van:

रामो गुरुवचनं श्रोतुं गतः ।

kan men ook zeggen:

रामो गुरुवचनस्य श्रवणाय गतः ।

of:

रामो गुरुवचनश्रवणाय गतः ।

= "Rāma is gegaan om de rede van de leraar te horen."


Afb.: बाला गुरुश्रवणाय गताः
(Bron afbeelding: Details)

2. De datief (चतुर्थी) kan ook het object van een aan te vullen infinitief van doel aanduiden:

Voorbeeld:

फलेभ्यो ग्रामं गच्छति = "Hij gaat met het doel van vruchten naar het dorp = Hij gaat naar het dorp om vruchten te halen."

Op dezelfde manier duidt de datief (चतुर्थी) het doel van een ding of handeling aan:

Voorbeeld:

यज्ञायान्नम् = "Voedsel met het doel van een offer = Voedsel voor een offer"


Af.: यज्ञायान्नम्
'Annakut' [अन्नकूट = गोवर्धन पूजा] is een traditioneel hindoe-evenement dat plaatsvindt tijdens de vieringen van het Hindoese Nieuwjaar in alle BAPS [બોચાસનવાસી અક્ષ૨ પુરુષોત્તમ સ્વામિનારાયણ સંસ્થા = Bochasanwasi Akshar Purushottam Swaminarayan Sanstha] mandirs. Honderden vegetarische gerechten worden op deze dag aangeboden aan Bhagwan Swaminarayan [સ્વામિનારાયણ].
(Bron afbeelding: Details)

3. De datief (चतुर्थी) duidt ook op de persoon of het ding waarvoor het object van een handeling bestemd is (indirect object; vraag: aan wie?). (Let op echter de werkwoorden met dubbele accusatief (द्वितीया)!)

Voorbeeld:

रामाय फलं ददाति = "Hij geeft Rāma een vrucht." (Wortel दा 3. tegenwoordige tijd klasse)


Afb.: बाला बालाय रक्षबन्धनं ददाति
Raksha bandhan wordt met enthousiasme en vreugde overal in India gevierd. Dit feest belichaamt de onvoorwaardelijke liefde tussen broers en zusters.
(Bron afbeelding: Details)

4. De datief staat bij sommige werkwoorden (en enkele andere woorden) vergelijkbaar met het Duits op de vraag "aan wie?":

Voorbeelden:

क्रुध् : देवो नरेभ्यो क्रुध्यति = "De god is boos op de mensen."

अलम् Adverbium: "genoeg, voldoende, gelijkwaardig": अलं योधो योधाय = "een krijger is de andere krijger gelijk"


Afb.: अलं योधो योधाय
"Rama (rechts) zittend op de schouders van Hanuman, strijdt tegen de demonenkoning Ravana." ca. 1820
(Bron afbeelding: Details)

Verdere gebruiksmogelijkheden van de datief later.

24.2. Vorming van de datief (चतुर्थी)

De regelmatige uitgangen van de datief zijn:

  • Enkelvoud: -e ; op een klinker eindigende vrouwelijke stamwoorden: -ai
  • Meervoud: Datief en Ablatief पञ्चमी: -bhyas

24.2.1. Medeklinker-stammen

Datief enkelvoudDatief meervoud
यजन्त्यजते
yaja-t-e
यजद्भ्यस्
aus yaja-t-bhyas
महान्त्महतेमहद्भ्यस्
पशुमन्त्पशुमतेपशुमद्भ्यस्
गुणवन्त्गुणवतेगुणवद्भ्यस्

24.2.2. Vraagwoorden

Mannelijk / OnzijdigVrouwelijk
Datief enkelvoudकस्मैकस्यै
Datief meervoudकेभ्यस्काभ्यस्

24.2.3. Aanwijzende voornaamwoorden

तद्एतद्इदम्
Mannelijk / OnzijdigDat. enkelvoudतस्मैएतस्मैअस्मै
Dat. mv.तेभ्यस्एतेभ्यस्एभ्यस्
VrouwelijkDat. enkelvoudतस्यैएतस्यैअस्यै
Dat. mv.ताभ्यस्एताभ्यस्आभ्यस्

24.2.4. Klinkerstammen

Vocalische stammen

  • Mannelijke / onzijdige woorden op -a: देव
    • Dat. sg. देवाय
    • Dat. mv. देवेभ्यस्
  • Mannelijke zelfstandige naamwoorden op -i: कवि
    • Dat. en. कवये
    • Dat. mv. कविभ्यस्
  • Mannelijke woorden op -u: पशु
    • Dat. enkelvoud पशवे
    • Dat. meervoud पशुभ्यस्
  • Vrouwelijke woorden op -ā: देवता
    • Dat. enkelvoud देवतायै
    • Dat. mv. देवताभ्यस्
  • Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden op -ī: देवी
    • Dat. en. देव्यै
    • Dat. pl. देवीभ्यस्
  • Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden op -i: श्रुति
    • Dat. enkelvoud श्रुतये of श्रुत्यै (d.w.z. zoals कवि of zoals देवी)
    • Dat. pl. श्रुतिभ्यस्
  • Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden op -u: धेनु
    • Dat. sg. धेनवे of धेन्वै
    • Dat. pl. धेनुभ्यस्

24.3. Sandhi van -ai en -au aan het einde van een woord

Sandhi van -ai en -au aan het einde van een woord

  • -ai voor een initieel klinker wordt doorgaans vervangen door -ā (zelden door -āy, zoals in het midden van een woord)
  • -au voor een klinker wordt doorgaans vervangen door -āv (zelden door -ā)
    Voorbeeld:

तस्मै + अग्नये » तस्मा अग्नये = "dit vuur"

24.4. Woordenlijst

अलम् Bijwoord: genoeg, voldoende, (iemand, iets) aan kunnen ; met datief: genoeg voor, voldoende voor, aan kunnen ; met instrumentaal: genoeg met, laat het los, bijv. अलं क्रोधेन = "genoeg met de woede = laat de woede varen!"

Op dezelfde manier wordt अलम् met de instrumentalis gebruikt:

कृतम् : कृतं क्रोधेन = „Het is afgelopen met de woede = laat de woede rusten!”

अलम् + कृ 8U अलंकरोति : versieren

अलंकार m.: sieraden, versieringen (in de poëzie)


Afb.: अलंकारः
(Afbeeldingsbron: Details)

हेतु m.: drijfveer, aanleiding, oorzaak, reden; हेतुना, हेतोस्, हेतवे met genitief of als tweede deel van een samengesteld woord = "omwille van..., vanwege"

प्रतिमा v.: beeltenis, afbeelding


Afb.: देवीप्रतिमा
Hampi = ಹಂಪೆ, Karnataka = ಕರ್ನಾಟಕ
(Bron afbeelding: Details)

वृत् + प्रप्रवर्तते : plaatsvinden, gebeuren, ontstaan

Van वृत्:

वृत्ति v.: gedrag, activiteit, levenswijze

वृत्त zn.: gedrag

अभि Prepositie: naar, in de richting van, naar toe, tegen, in, met betrekking tot, op, over, aan

नि Voorvoegsel: naar beneden, naar binnen, achteruit

Voorzetsel / achterzetsel: vóór de ablatief of na de accusatief: tot aan, tot; met de ablatief: van daar, vanaf, sinds

अतस् Onverbuigbaar: van daar, toen, daarom, vandaar (pronominale stam a- „deze“ + ablatiefsuffix -tas)

अध्यक्ष m.: opziener, departementshoofd ; ooggetuige

इन्द्रिय n.: kracht, zintuig

ऊह m.: overweging, argumentatie

daarvan

अपोह m.: negatie (अप + ऊह)

ऊहापोह m.: discussie over voor en tegen


Afb.: ऊहापोहः
"NEW DELHI/INDIA, 16NOV08 - Suhasini Haidar, Deputy Foreign Editor, CNN-IBN Network 18, India, moderates a panel discussion at the World Economic Forum's India Economic Summit 2008 in New Delhi."
(Beeldbron: Details)

औपकारिक 3 f.: - : nuttig

कुप्य n.: bosproduct, metaal (geen edelmetaal)

ख्या 2P ख्याति PPP ख्यात : zien, zichtbaar worden ; noemen, verklaren, meedelen

ख्या + 2P आख्यात : vertellen

daarvan:

आख्यान n.: vertelling


Afb.: आख्यानम्
"San Francisco storyteller Jeff Byers shares a story with the residents of Chenneri, an Irula village. Storyteller Jeeva Raghunath translates into Tamil for the villagers."
(Beeldbron: Details)

ख्या + सम् 2P संख्याति : optellen, berekenen

daarvan:

संख्या f.: telling, opsomming ; सांख्य n.: een van de zes filosofische systemen (kort: Basham, Wonder p. 326v.)

ग्रहण n.: grijpen

चौल n.: ceremonie (संस्कार) van het haar knippen (op de leeftijd van 3 jaar)

तत्त्व n.: ware wezen, waarheid, realiteit (तद् + त्व = Dit-heid)

स्वस्ति f.: geluk, heil (nominale vorming uit सु अस्ति = "het is goed")

नमस् n.: buiging, eerbewijzing, groet (declinatie later). Begrotingsformule: नमो नमः

daarvan:

कृ + नमस् 8 नमस्करोमि : zich buigen, eren, begroeten


Afb.: जयदेवकविर्विष्णुं नमस्करोति
Handschrift van de गीतगोविन्द, 1730 n.Chr.
(Bron afbeelding: Details)

स्वागत n.: welkom (uit su-ā-gata)

तृण n.: grassteel

पुनर् Adverb: wederom, weer, terug, maar

24.5. Oefening

A) Vorm de datief enkelvoud en de datief/(ablatief) meervoud en geef de betekenis van de nominale stam aan:

  1. श्रव
  2. भवन
  3. गति
  4. ऋषि
  5. सुख
  6. गमन
  7. जय
  8. साधु
  9. धेनु
  10. शुद्रा
  11. ब्राह्मणी
  12. अग्नि
  13. एतद् ३
  14. सन्त्
  15. बुद्धिमन्त्
  16. यज्ञ
  17. वचन
  18. सत्यवन्त्
  19. स्मृति
  20. सर्ग
  21. स्वर्ग
  22. दर्शन
  23. सृष्टि
  24. अर्हन्त्
  25. भक्ति
  26. दोष
  27. पूजा
  28. दासी
  29. गुरु

B) Vertaal en ontbind de samenstellingen in het Sanskriet:

ब्राह्मणो देवप्रतिमादर्शनाय गर्भगृहं विशति ॥१॥ नरा धनलाभाय व्रतानि चरन्ति ॥२॥ गुरुर्धर्मोपदेशाय नगरं गतः ॥३॥ बाला अपि गुरुवचनश्रुत्यै नगरं गताः ॥४॥ देवप्रतिमायै गृहं गर्भगृहम् ॥५॥ स्वर्गेभ्यो नराः पुण्यं कर्तुमिच्छन्ति ॥६॥ मोक्षार्थं बुद्धगता बुद्ध्याप्तिमिच्छन्ति ॥७॥ देवास्तेभ्यो ऽकृतपूजाब्राह्मणेभ्यः क्रुध्यन्ति ॥८॥ मरणाय जना जायन्ते ॥९॥

C) Geef de zinnen A) 1-4 in het Sanskriet weer door in plaats van de datief infinitieven (तुमुन्) te plaatsen. Let op dat de infinitief dezelfde kasus regeert als het corresponderende werkwoord.
D) Vervang in zin A) 7 de constructie met -अर्थ door een gelijkwaardige datiefconstructie.

E) Vervang in zin A) 6 de datiefconstructie door een gelijkwaardige constructie met -अर्थ

24.6. Verdere oefeningen over het gebruik van de datief

Vertaal naar het Sanskriet:

1. De godin aan wie men geen offer heeft gebracht, is boos op de mensen.

2. Hij laat de koe los in het dorp.

3. Nu is het genoeg = Genoeg geduld.

4. Dat is goed (हित, सुख) voor een brahmaan.

5. Eer (नमस्) aan Śiva! Eer aan Śrī Gaṇeśa!


Afb.: श्रीगणेशाय नमः
(Afbeeldingsbron: Details)

6. Tot ziens! (= Het ga u goed (स्वस्ति v.)!)

7. Deze vrucht is genoeg om te eten.

8. Een strijder is de (andere) strijder gewaagd (शक्त).

9. Zelfs Viṣṇu overtreft (प्र-भू + Dat.) Śiva niet.

10. Nadat ik voor de drie wijzen (Akk.) heb gebogen (नमस्कृ)... Hij buigt voor Narasiṃha (dat.)

Uitleg: मुनित्रयम् "de Drie-eenheid van de Wijzen = de drie Wijzen" = de grammatici पाणिनि, कात्यायन, पतञ्जलि


Afb.: नरो नरसिंहाय नमस्करोति नरसिंह verscheurt हिरण्यकशिपु, blad uit een manuscript van भागवतपुराण
(Afbeeldingsbron: Details)

11. Welkom (स्वागतम्) aan u. Welkom aan de koningin.

12. Ik wens u welzijn (कुशल) = Welzijn voor u!

13. Hij beschouwt hem niet als een grassprietje.

14. Eén vrucht om te eten en water om te drinken is voldoende.

15१५. Tot ziens! (Neusanskriet: पुनर्दर्शनाय)

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village