Skip to content

Les 17

17.1. Tweede presensklasse (अदादि = अद् enz.)

De werkwoordsuitgangen treden rechtstreeks aan de wortel toe. Daarbij moet men letten op de klankveranderingen die uit het woordsandhi voortvloeien.

Er zijn de volgende vormingswijzen in de tweede presensklasse:

  1. Wortels met stamafwisseling
  • meestal: sterktrap - zwaktrap
  • enkele wortels: lengtetrap - zwaktrap
  1. Wortels zonder stamafwisseling
  2. tweesyllabige wortels op -i/-ī met stamafwisseling

17.2. Wortels van de tweede presensklasse met stamafwisseling sterktrap - zwaktrap

Voorbeelden:

द्विष् 2 U "haten"

  • sterke presensstam: dveṣ-
  • zwakke presensstam: dviṣ-
3. ev. prs. Pद्वेष्टि (« dveṣ + -ti)
3. mv. prs. Pद्विषन्ति (dviṣ-anti)
3. ev. prs. Āद्विष्टे (« dviṣ + -te)
3. mv. prs. Āद्विषते (dviṣ-ate)

Hierbij geldt de volgende woordsandhiregel:

Woordsandhi van -ṣ + t(h)-

-ṣ + t(h)- » -ṣṭ(h)-

Verdere voorbeelden:

2 P "gaan" (Ā na bepaalde preverbien)

  • sterke presensstam: e-
  • zwakke presensstam:
  • vóór medeklinker: i-
  • vóór klinker: y-/iy-
3. ev. prs. Pएति (e-ti)
3. mv. prs. Pयन्ति (y-anti)
3. ev. prs. Āइते (i-te)
3. mv. prs. Āइयते (iy-ate)

दुह् 2 U "melken"

  • sterke presensstam: doh-
  • zwakke presensstam: duh-
3. ev. prs. Pदोग्धि (« doh- + -ti)
3. mv. prs. Pदुहन्ति (duh-anti)
3. ev. prs. Āदुग्धे (« duh- + -te)
3. mv. prs. Āदुहते (duh-ate)

हन् 2 P "slaan, doden, vermoorden"

  • sterke tegenwoordige stam: han-
  • zwakke tegenwoordige stam:
  • voor medeklinker: ha- (« *hn-)
  • voor klinker: ghn-/han-
3. sg. tegenw. Pहन्ति (han-ti)
3. pl. tegenw. Pघ्नन्ति (ghn-anti)
3. sg. tegenw. Āहते (ha-te)
3. pl. tegenw. Āघ्नते (ghn-ate)

अस् 2 P "zijn"

  • sterke tegenwoordige stam: as-
  • zwakke tegenwoordige stam: s-
3. sg. tegenw. Pअस्ति (as-ti)
3. pl. tegenw. Pसन्ति (s-anti)

17.3. Wortstammen van de tweede tegenwoordige klasse met stamafleiding Verlengde trap - Gereduceerde trap

Voorbeeld:

स्तु 2 U "prijzen"

  • sterke tegenwoordige stam: stau-
  • zwakke tegenwoordige stam:
  • voor medeklinker: stu-
  • voor klinker: stuv-
3. sg. tegenw. Pस्तौति (stau-ti)
oder: स्तवीति
3. pl. tegenw. Pस्तुवन्ति (stuv-anti)
3. sg. tegenw. Āस्तुते (stu-te)
3. pl. tegenw. Āस्तुवते (stuv-ate)

17.4. Wortstammen van de tweede tegenwoordige klasse zonder stamafleiding

Zonder stamafleiding zijn wortels van de tweede tegenwoordige klasse op -ā

Voorbeeld:

पा 2 P "beschermen, bewaken, hoeden"

3. sg. tegenw. Pपाति (pā-ti)
3. pl. tegenw. Pपान्ति (« pā- + -anti)

Ook enkele andere wortels van de tweede klasse hebben geen stamafleiding:

Voorbeelden:

अद् 2 P "eten"

3. sg. tegenw. Pअत्ति (« ad- + -ti)
3. pl. tegenw. Pअदन्ति (ad-anti)

आस् 2 Ā "zitten"

3. sg. praes. Āआस्ते (ās-te)
3. pl. praes. Āआसते (ās-ate)

वच् 2 P "zeggen"

3. sg. praes. Pवक्ति (« vac- + -ti)
3. pl. praes. Pkomt niet voor

17.5. Tweelettergrepige wortels op -i/-ī met stamafwisseling

Meerdere wortels zijn in een reeks vormen tweelettergrepig, d.w.z. zij hebben vóór consonantische uitgang een -i (resp. vóór enkele uitgangen -ī). Deze wortels worden echter toch door de inheemse grammatici en in woordenboeken enz. als eenlettergrepig aangenomen.

Voorbeelden:

रुद् 2 P "schreien, huilen"

  • sterke praesensstam: rodi-
  • zwakke praesensstam:
  • vóór consonant: rudi-
  • vóór vocaal: rud-
3. sg. praes. Pरोदिति (rodi-ti)
3. pl. praes. Pरुदन्ति (rud-anti)

ब्रू 2 U "spreken"

  • sterke praesensstam: bravī- (« bro- + -ī)
  • zwakke praesensstam:
  • vóór consonant: brū-
  • vóór vocaal: bruv-
3. sg. praes. Pब्रवीति (bravī-ti)
3. pl. praes. Pब्रुवन्ति (bruv-anti)
3. sg. praes. Āब्रूते (brū-te)
3. pl. praes. Āब्रुवते (bruv-ate)

Ook स्तु 2 U "prijzen" heeft naast de onder 3. opgegeven vormen vormen volgens dit patroon:

3. sg. praes. Pस्तवीति (« sto + ī + ti)
oder: स्तौति

17.6. Woordenlijst

हन् 2 P हन्ति, घ्नन्ति Pass. हन्यते PPP हत : slaan, doodslaan, doden

daarvan:

घात m.: doden, slachten


Afbeelding: घाताः
Bangalore = ಬೆಂಗಳೂರು
(Bron afbeelding: Details)

आस्आस्ते Pass. आस्यते PPP आसित : zitten

daarvan:

आसन n.: het zitten, zitplaats ; ook: zithoudingen van de yogi


Afbeelding: योगासनम्
(Bron afbeelding: Details)

रुद् 2 P रोदिति Pass. रुद्यते PPP रुदित : huilen, janken

daarvan:

रुद्र m.: (de jankende =) de stormgod Rudra

ब्रू 2 U ब्रवीति Ā ब्रूते geen Passief en PPP: spreken, zeggen (iemand iets toevertrouwen: dubbele accusatief)

दुह् 2 U दोग्धि Pass. दुह्यते PPP दुग्ध : melken


Afbeelding: दोग्धि
(Bron afbeelding: Details)

दिश् 6 U दिशति Pass. दिश्यते PPP दिष्ट : tonen, aanwijzen, bevelen

daarvan:

दिष्टि f.: aanwijzing, gunstig toeval

दिष्ट्या Instr.: (letterlijk: door een gunstig toeval) O gunstig toeval (uitroep van vreugde en zaligheid)

17.7. Oefening 1

A) Vul in de volgende zinnen het werkwoord in en vertaal:

. ब्राह्मणो ऽनृतं न ... (ब्रू । वच् । वद्)

. क्षत्रियो जनान् ... (पा । रक्ष्)

. बलवद्योधो द्विजारीन् ... (जि । हन् । युध्)

. ब्राह्मणकविर्लोकेश्वरम् ... (स्तु । यज्)

. अग्निर्यज्ञान्नम् ... (अद् । दह्)

. बालवैश्यो धेनुम् ... (दुह् । रक्ष् । पा)

. द्विजदासो मृगमार्गेण ब्राह्मणग्रामम् ... (गम् । इ । पद्)
. द्विजदासः शूद्रस् ... (अस् २ । भू)

. बालब्राह्मणी ... (रुद् । आस् । मृ)

१०. साधुजनो ऽधर्मम् ... (द्विष् । न कृ)

B) Zet in de in A) gevormde zinnen het subject en het werkwoord in het meervoud

17.8. Oefening 2

Vertaal de volgende werkwoordsvormen en geef de bijbehorende stam aan:

. अदन्ति २. सन्ति ३. आसते ४. यन्ति ५. इच्छति ६. कुर्वते ७. गच्छन्ति ८. जायते ९. जयति १०. तनोति ११. दहति १२. दोग्धि १३. पश्यति १४. द्विष्टे १५. नयन्ति १६. नृत्यति १७. पद्यन्ते १८. पिबति १९. पान्ति २०. पृच्छति २१. बुध्यन्ते २२. ब्रवीति २३. भवन्ति २४. मन्यते २५. मुञ्चन्ति २६. म्रियन्ते २७. यजते २८. युध्यन्ते २९. रक्षति ३०. रोदिति ३१. लभते ३२. वक्ति ३३. वदति ३४. शृणोति ३५. स्तौति ३६. स्मरति ३७. हन्ति ३८. अश्नुवते ३९. कुप्यते ४० कर्षन्ति ४१. उद्यते ४२. सहन्ते ४३. सिच्यन्ते ४४. आप्नोति ४५. जीव्यते ४६. दिश्यन्ते

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village