Skip to content

Oefening 60

A) Leer in Kielhorn, Grammatica § 451 de onregelmatige desideratiefvormingen bij tot nu toe geleerde werkwoorden

B) Bepaal en vertaal zonder hulpmiddelen de volgende vormen:

  1. ददुषोः - ददिवांस् Part.Perf.P bij दा 3U Lok.Gen.du.m.n. van de twee / bij de twee die gegeven hebben

  2. अहिंसीः - हिंस् 7P 2.sg.Aor(5).P jij hebt verwond

  3. देमथुः - दम् 4P 2.du.Perf.P jullie beiden hebben getemd

  4. वक्त्वा - वञ्च् 1P Absol. nadat hij gewankeld had

  5. अक्षथाः - क्षन् 8U 2.sg.Aor(5/1).Ā jij hebt in eigen belang verwond

  6. मुमुषिषिष्यतः - मुष् 9P Desid. 3.du.Fut.P de twee zullen stelen willen

  7. अचिक्षंसेथाम् - क्षम् 1Ā Desid. 2.du.Ā jullie beiden hebben verdragen willen

  8. अस्नाः - स्ना 2P 2.sg.Impf.P jij hebt gebaad

  9. जिहिंसुषि - हिंस् 7P Part.Perf.P Lok.sg.m.n. bij hem die verwond heeft

  10. जिहिंसिषुणा - जिहिंसिषु 3 (bij Desid. van हिंस् 7P) Instr.sg.m.n. door hem die verwonden wil

  11. द्युभिः - दिव् । द्यौ f. Instr.pl. door de hemelen

  12. जग्लिव - ग्लै 1P 1.du.Perf.P wij beiden hebben weerzin gevoeld

  13. अतिस्तीर्षम् - स्तॄ 5/9U Desid. 1.sg.Impf.P ik wenste te strooien

  14. अस्मेष्ठाः - स्मि 1Ā 2.sg.Aor(4).Ā jij hebt geglimlacht

  15. ईशिष्व - ईश् 2Ā 2.sg.Imperativ.Ā heers!

  16. रुरुषतुः - रुष् 4/10P 3.du.Perf.P de twee zijn vertoornd geweest

  17. रुरुषुः - रुष् 4/10P 3.pl.Perf.P zij zijn vertoornd geweest

  18. रुरुषिषुः - रुरुषिषु (bij Desid. van रुष् 4/10P) Nom.sg.m. iemand, die toornig wil zijn

  19. अपिप्रीणताम् - प्री 9U Kaus. 3.du.Aor(3).P de twee lieten beminnen

  20. अपिप्रीषतम् - प्री 9U Desid. 2.du.Impf.P gij beiden wenst te beminnen

  21. पिप्रियतुः - प्री 9U 3.du.Perf.P de twee hebben bemind

  22. तिस्रः - त्रि Nom.Acc.Voc.f. drie

  23. अदांक्ष्टाम् - दंश् 1P 3.du.Aor(4).P de twee hebben gebeten

  24. असिसीर्ष्यत - सृ 1/3P Desid. 3.sg.Impf.Pass. er werd lopen gewild

  25. बभासाते - भास् 1Ā 3.du.Perf.Ā de twee straalden

  26. बिभासिषेथे - भास् 1Ā Desid. 2.du.Ind.Prs.Ā gij beiden wilt stralen

  27. अबीभणत - भण् 1P Kaus. 2.pl.Aor(3).P gij hebt laten beschrijven

  28. चकर्त - कृत् 6P 1.3.sg.Perf.P ik heb / hij heeft gesneden

  29. चकर्थ - कृ 8U 2.sg.Perf.P jij hebt gemaakt

  30. दिद्युते - द्युत् 1Ā 1.3.sg.Perf.Ā ik heb / hij heeft gestraald

  31. दिद्युतिषे - द्युत् 1Ā Desid. 1.sg.Ind.Prs.Ā ik wens te stralen

  32. चुच्यूषवे - चुच्यूषु (bij Desid. van च्यु 1Ā) Dat.sg.m.n. aan hem, die zich wil bewegen

  33. दित्सामि - दा 3U Desid. 1.sg.Ind.Prs.P ik wens te geven

  34. अचीकृतम् - कॄत् 10P 1.sg.Aor(3).P ik heb geprezen ; कृत् 6P Kaus. 1.sg.Aor(3).P ik liet snijden

  35. विजिगीषौ - विजिगीषु (bij Desid. van वि-जि) Loc.sg.m.n. bij de veroveringsbegerige

  36. पित्सेथे -पद् 4Ā Desid. 2.du.Ind.Prs.Ā gij beiden wenst te schrijden

  37. उदीचि - उदञ्च् 3 Lok.sg.m.n. in het noordelijke

  38. संगणय्य - सम्-गण् 10P Absol. nadat hij heeft geteld

  39. अतिस्तराव - स्तॄ 5/9U Kaus. 1.du.Aor(3).P wij twee lieten strooien

  40. त्रिलोक्याः - त्रिलोकी f. Ab.Gen.sg. (uit) de driedubbele wereld

  41. अहः - अहन् n. Nom.Akk.sg. de / den dag

  42. जग्मुषः - जग्मिवांस् । जगन्वांस् Part.Perf.P te गम् 1P Ab.Gen.sg.m.n.Akk.pl.m. degene, die gegaan is ...

  43. अताप्स्व - तप् 1P 1.duAor(4).P wij twee gloeiden

  44. ईशिशिषाञ्चक्रे - ईश् 2Ā Desid. 1.3.sg.PeriphPerf.Ā ik / hij wenste te heersen

  45. ईशाञ्चक्रे - ईश् 2Ā 1.3.sg.PeriphPerf.ġ ik / hij heerste

  46. ईशयाञ्चक्रे - ईश् 2Ā Kaus. 1.3.sg.PeriphPerf.ġ ik / hij liet in eigen belang heersen

  47. षण्णाम् - षष् Gen. de zes

  48. अघुक्षम् - गुह् 1U 1.sg.Aor.P ik heb verborgen

  49. अष्टौ - अष्टन् Nom.Akk.Vok. acht

  50. प्साथः - प्सा 2P 2.du.Ind.Präs.P jullie twee verslindt

  51. अवाचः - अवाञ्च् 3 Abl.Gen.sg.m.n.Akk.pl.m. de neerwaarts gerichte ...

  52. ईयुषे - ईयिवांस् Part.Perf.P te 2P Dat.sg.m.n. degene, die gegaan is

EINDE VAN DE OEFENINGEN

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village