Skip to content

Les 52

52.1. Onzijdig van de stammen op -i en -u

Voor met een klinker beginnende uitgangen wordt een -n- ingevoegd, dit is een invloed van de n-stammen (-in).

वारि o.
"water"
मधु o.
"honing"
प्रथमा, द्वितीयावारिमधु
तृतीयावारिणामधुना
चतुर्थीवारिणेमधुने
पञ्चमीवारिणस्मधुनस्
षष्ठीवारिणस्मधुनस्
सप्तमीवारिणिमधुनि
आमन्त्रितम्वारि
वारे
मधु
मधो
प्रथमा, द्वितीया, आमन्त्रितम्वारीणिमधूनि
तृतीयावारिभिस्मधुभिस्
चतुर्थीवारिभ्यस्मधुभ्यस्
पञ्चमीवारिभ्यस्मधुभ्यस्
षष्ठीवारीणाम्मधूनाम्
सप्तमीवारिषुमधुषु

52.2. Naamvorming

52.2.1. PPP + -vant: Voltooid deelwoord Parasmaipada

Een voltooid deelwoord Parasmaipada wordt aldus gevormd:

PPP + -vant / v.: vatī
Declinatie zoals de stammen op -vant respectievelijk v. देवी

PPP + -vant / v.: vatī

Declinatie zoals de stammen op -vant respectievelijk v. देवी

Voorbeelden:

कृतवन्त् (kṛta-vant) / कृतवती "iemand, die gedaan heeft"

भिन्नवन्त् "iemand, die gespleten heeft"

52.2.2. तद्धित-suffix -maya / -mayī

Het तद्धित-suffix -maya / v.: -mayī vormt bij substantieven adjectieven met de betekenis

  • "gemaakt uit"
  • "bestaande uit"
  • "rijk aan"

Vóór -maya moeten (zoals vóór -मात्र) uitgaande sluitklanken van de pausavorm door de daarmee corresponderende nasaal vervangen worden.

Voorbeelden:

अन्नमय 3 "rijk aan spijs"

चिन्मय 3 (bij चित् f. "intellect") "uit denken / verstand bestaand"

वाङ्मय 3 (bij वाच् f. "taal") "uit redevoering bestaand"

सोममय 3 "van Soma gemaakt, uit Soma bestaand"

Nomina op -maya worden af en toe als onzijdige substantieven gebruikt en duiden dan overvloed aan van datgene wat door het substantief, waaraan -maya is toegevoegd, wordt aangeduid.

bijv. अन्नमय n. "overvloed aan spijs"


Afb.: अन्नमयम् विवाहः, Chennai = சென்னை
(Afbeeldingsbron: Details)

52.2.3. तद्धित-suffix -eya

Het तद्धित-suffix -eya / f.: -eyī treedt o.a. op bij feminina in de zin van

  • "kind van"
  • "nakomeling van"

Verlengingsgraad (वृद्धि) van de eerste klinker.

bijv. कौन्तेय m. "zoon van de कुन्ती"


Afb.: भीमः कौन्तेयः
Wayang-figuur, Java, Indonesië
(Afbeeldingsbron: Details)

52.3. Adverbiaalvorming: adverbiaalsuffix -śas

Het adverbiaalsuffix -śas vormt adverbien van (hoofdzakelijk) distributieve betekenis:

  • telwoorden
    Voorbeelden:
    एकशस् "enkel, telkens één"
    द्विशस् "in tweetallen, telkens twee"
    शतशस् "in honderdtallen, telkens honderd"

  • andere woorden
    Voorbeelden:
    भागशस् "deel voor deel"
    सर्वशस् "overal, geheel alle"
    नित्यशस् "bestendig"


Afb.: अनुक्रमेणैकशः
Wachtrij voor de tempel, Trivandrum = Thiruvananthapuram = തിരുവനന്തപുരം
(Bron: Details)

52.4. Werkwoordcomposities die aangeven dat iets iets wordt of wordt gemaakt wat het voorheen niet was (अभुततद्भावः)

52.4.1. cvi-vormingen

Voor de stamwoorden

  • कृ 8U "doen"
  • अस् 2P "zijn"
  • भू 1P "worden"

Zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden kunnen als prepositie worden gebruikt om uit te drukken dat iemand een persoon of ding tot datgene maakt, of dat een persoon of ding wordt tot wat door dat zelfstandig naamwoord wordt aangeduid.

De uitgang van het zelfstandig naamwoord wordt als volgt behandeld:

De uitgang van het zelfstandig naamwoord wordt als volgt behandeld:

  • **De uitgang -a en -ā van verbuigbare woorden wordt vervangen door -ī **
    Voorbeelden:
    कृष्णीभवति „iets dat niet zwart is, wordt zwart”
    कृष्णीकरोति "hij maakt iets dat niet zwart is, zwart"
    गङ्गीभवति "hij/zij wordt de Ganges"

  • **eindklanken -i en -u worden vervangen door de overeenkomstige lange klinker **
    Voorbeelden:
    शुचीभवति "hij/zij/het wordt zuiver"
    गुरूभवामि "ik word meester"

  • **een -ṛ aan het einde van een woord wordt vervangen door --rī **
    bijv. पित्रीभवति "iemand die geen vader (पितृ) is, wordt vader = een man krijgt zijn eerste kind"

  • **een -n aan het einde van een woord valt weg en de voorafgaande klinker wordt behandeld volgens de zojuist genoemde regels **
    bijv. राजीबभूव "iemand (die geen koning was) werd koning (राजन्)"

  • **Andere zelfstandige naamwoorden met meerdere stammen worden weergegeven in de vorm van de stam die ze in het locatief (सप्तमी) in het meervoud hebben. De stam is dan onderworpen aan de gebruikelijke Sandhi-regels. Zie Kielhorn, Grammatica § 489,3. **
    bijv. तिर्यक्करोति „hij legt zijwaarts (तिर्यच्)“


Afb.: भस्मीकृतं वनम्
Brandlandbouw, Arunachal Pradesh = अरुणाचल प्रदेश
(Bron afbeelding: Details)

52.4.2. Achtervoegsel -sāt

Om uit te drukken dat een persoon of ding volledig tot datgene wordt, of dat iemand iets of iemand volledig tot datgene maakt wat door een zelfstandig naamwoord wordt aangeduid, kan aan het zelfstandig naamwoord

het achtervoegsel -sāt (dat nooit -ṣāt wordt)

worden toegevoegd, en het zo gevormde woord kan worden gecombineerd met de stamwoorden

  • कृ 8U "doen"
  • अस् 2P „zijn”
  • भू 1P „worden”
  • सम्-पद्

tot een samengesteld werkwoord worden samengevoegd.

Voorbeelden:

अग्निसाद्भवति । अग्निसात्संपद्यते "hij wordt volledig tot vuur"

भस्मसात्करोति "hij verandert volledig in as (भस्मन् n. "as"))

Soms betekent het achtervoegsel -sāt dat een persoon of een ding

  • daarvan afhankelijk wordt of
  • daar eigendom van wordt
  • of dat iemand afhankelijk maakt van

datgene wat door het zelfstandig naamwoord wordt aangeduid

Voorbeeld:

राजसाद्भवति "hij wordt afhankelijk van de koning, hij wordt eigendom van de koning"

Bij afleidingen met -sāt worden stamwoorden niet behandeld zoals bij preverben, dus in de absolutief:

भस्मसात्कृत्वा

52.5. Woordherhalingen (द्विरुक्तम्)

Woordherhaling drukt in het Sanskriet uit:

  • Herhaling van de handeling
    bijv. पुनः पुनः "steeds weer"
  • Distributie
    Voorbeelden:
    पृथक्पृथक् "elk apart, elk afzonderlijk"
    यद्यद् ... तत्तद् "wat ook immer ... dat alles"
    युगे युगे "in elk afzonderlijk wereldtijdperk"

Af en toe kan uit zulke verbindingen een compositum gevormd worden

Voorbeelden:

एकैक 3 "elk afzonderlijk"
अल्पाल्प 3 "heel klein"
नवनव 3 "steeds nieuw"

Over de zgn. आम्रेडित-composita, waarin geflecteerde woorden herhaald worden, maar waarvan het tweede in de pre-klassieke tijd een accent kreeg, zodat er dus sprake is van een compositum, zie Wackernagel, Oudindische Grammatica II,1 blz. 142vv.

52.6. Het telwoord (सम्ख्या v.)

Voor wat hier niet behandeld wordt, zie bijv. bij Kielhorn, Grammatica §201v.

52.6.1. Hoofdtelwoorden

52.6.1.1. Teladjectieven (voor 1 tot 19)

De telwoorden voor 1 tot 19 zijn adjectieven.
De telwoorden voor 1 tot 4 zijn voor de drie geslachten in de declinatie verschillend.

Voor de telwoorden voor 5 tot 19 (नवदशन्) bestaat er slechts één enkele declinatie voor de drie geslachten.

Voor deze teladjectieven geldt, zoals voor alle adjectieven: het moet in gelijke naamval, getal en geslacht staan als het bijbehorende nomen en omgekeerd (d.w.z. voor 1 singularis, voor 2 dualis, voor de overige pluralis).

Teladjectieven:

1 एक 3 (declinatie zoals सर्व, in het meervoud: "enkele")
2 द्वि 3
3 त्रि 3
4 चतुर् 3
5 पञ्चन् 3
6 षष् 3
7 सप्तन् 3
8 अष्टन् 3
9 नवन् 3
10 दशन् 3

De declinatie volgt op de betreffende plaats in de woordenlijsten.

Voor de overige telbijwoorden tot 19 zie bijv. bij Kielhorn, Grammatica §201.

52.6.1.2. Zelfstandige telwoorden (voor 19 e.v.)

De telwoorden voor 19 (एकोनविंशति "één minder dan 20") tot 99 zijn vrouwelijke substantieven en worden verbogen zoals मति v. resp. wortelnomina op -t (bijv. त्रिंशत् v.).

Voorbeelden:

20 विंशति v.:br
30 त्रिंशत् v.

De telwoorden voor getallen vanaf 100 zijn onzijdige substantieven. Ze worden verbogen zoals फलम्.

Voorbeelden:

100 शत o.:br
1000 सहस्र o.

De afzonderlijke zelfstandige telwoorden zie bijv. bij Kielhorn, Grammatica §201.

52.6.1.3. Syntactisch rond de hoofdtelwoorden

Uit het verschil tussen verbale adjectieven en verbale substantieven voor hoofdtelwoorden volgt de volgende consequentie voor de syntaxis:

  • adjectivische hoofdtelwoorden kunnen alleen zoals adjectieven met het substantief voor het getelde worden verbonden
    bijv. तिसृभिर्नारीभिः "door drie vrouwen"
  • substantivische hoofdtelwoorden kunnen op drie manieren met het substantief voor het getelde worden verbonden
  • zij regeren de genitief (षष्ठी) van het getelde
    bijv. विंशत्या नारीणाम् "door 20 vrouwen"
  • zij staan als appositie in dezelfde casus (maar in het enkelvoud) als het getelde
    bijv. विंशत्या नारीभिः "door 20 vrouwen"
  • zij staan als achterlid van een तत्पुरुष met het getelde als voorlid
    bijv. गोविंशत्या "door 20 koeien"

52.6.2. Rangtelwoorden

Zie bijv. bij Kielhorn, Grammatica §201f.

52.6.3. Telbijwoorden

a) "-maal":

eenmaal: सकृत्
tweemaal: द्विस्
driemaal: त्रिस्
viermaal: चतुस्
vijfmaal enz. wordt met het suffix -कृत्वस् gevormd: पञ्चकृत्वस्

b) "-voudig": wordt met het suffix -धा uitgedrukt

eenvoudig: एकधा
tweevoudig: द्विधा । द्वेधा
enz.

c) "per ...", "te ...": wordt met het suffix -शस् uitgedrukt (zie hierboven!)

द्विशस् "te tweeën, per twee"

52.6.4. Teladjectieven

"-voudig":

tweevoudig, uit tweeën bestaand
drievoudig, uit drie delen bestaand

vanaf 4 wordt "-voudig" door het suffix -तय (f.: -तयी) uitgedrukt: चतुष्टय m.n. चतुष्टयी f. "viervoudig"

Verdere vormingen neme men uit de woordenboeken of grammatica's.

52.6.5. Composita met kardinaalgetallen als voorglid

बहुव्रीहि van deze soort worden geheel regelmatig gevormd.

Voorbeeld:

चतुर्मुख m. "iemand die vier gezichten heeft" = चत्वारि मुखानि यस्य सः (een bijnaam van Brahmā)


Afb.: चतुर्मुखः
(Afbeeldingsbron: Details)

तत्पुरुष met een kardinaalgetal als voorglid mogen niet willekeurig gevormd worden:

Regel 1: Woorden die een windstreek aanduiden (zoals पूर्व 3 "oostelijk", उत्तर 3 "noordelijk") en woorden voor kardinaalgetallen mogen met andere woorden slechts dan een कर्मधारय-compositum vormen, wanneer het compositum als eigennaam gebruikt wordt.

Daarom mag er bijvoorbeeld uit उत्तरा वृक्षाः "noordelijke bomen" of पञ्च ब्राह्मणः geen Tatpuruṣa worden gevormd. Uit सप्तन् en ऋषि kan echter wel de Tatpuruṣa सप्तर्षि m. "de zeven Ṛṣis" gevormd worden, wanneer dit staat voor het sterrenbeeld van de Grote Beer (Ursa maior).


Afb.: सप्तर्षयः
De Zeven Sterren = de zeven helderste sterren van de Grote Beer (Ursa maior)
(Bron afbeelding: Details)

Regel 2: In afwijking van regel 1 kan een woord dat een windrichting of een kardinaalgetal aanduidt, samen met een ander zelfstandig naamwoord een Tatpuruṣa vormen, wanneer

  1. aan het aldus gevormde samengestelde woord een Taddhita-achtervoegsel wordt toegevoegd
    Voorbeelden:
    pūrva + śālā („hal”) » *pūrvaśālā (mag zo niet worden gebruikt!) + Taddhita -a » पौर्वशाल 3 „zich in de oostelijke hal bevindend“
    ṣaṣ + mātṛ » *ṣaṇmātṛ (niet toegestaan!) + Taddhita -a » षण्मातुर m. "het kind van zes moeders" (= कार्त्तिकेय)

  2. het aldus gevormde samengestelde woord wordt gebruikt in een betekenis die anders door een Taddhita-achtervoegsel wordt aangeduid (bij dit type verloopt de overgang naar de Bahuvrīhi vloeiend):
    Voorbeelden:
    dvi + go » द्विगु : niet: "twee koeien", maar: "voor twee koeien gekocht"
    द्विवर्ष niet: "twee jaar", maar: "twee jaar oud"

  3. het aldus gevormde samengestelde woord vormt het eerste deel van een ander samengesteld woord
    Voorbeeld:
    pañca + go » pañcagava (als afzonderlijk woord niet toegestaan!) + dhana » पञ्चगवधन m. "Iemand wiens rijkdom uit vijf koeien bestaat"


Afb.: षण्मातुरः कार्त्तिकेय:
Jalakandapuram = ஜலகண்டபுரம்
(Bron: Details)

Een benaming voor een kardinaalgetal (maar niet voor een windrichting) kan als voorlid samen met een ander zelfstandig naamwoord een Tatpuruṣa vormen, zelfs als het aldus gevormde samengestelde woord het geheel van meerdere dingen aanduidt, d.w.z. twee of meer dingen tot één eenheid samenvat.

Tatpuruṣa die volgens deze regel worden gevormd, worden Dvigu genoemd (द्विगु).

Dvigu-samenstellingen die een eenheid aanduiden, zijn gewoonlijk onzijdig. Eindigt het tweede lid op -a, dan kan het vrouwelijke achtervoegsel -ī worden toegevoegd. Als het tweede lid eindigt op het vrouwelijke -ā, wordt dit vervangen door ofwel het onzijdige -a ofwel het vrouwelijke -ī. Als het tweede lid eindigt op -an, wordt dit vervangen door -a of -ī.

Voorbeelden:

त्रि + भुवनव् » त्रिभुवन zn. "het geheel van de drie werelden, de drie werelden als eenheid, de Driewereld (hemel-aarde-onderwereld)

त्रिलोक n. । त्रिलोकी n. „Driewereld”

Dvigu-samenstellingen waaraan geen Taddhita-achtervoegsel is toegevoegd, maar die wel de betekenis hebben die door een Taddhita-achtervoegsel wordt aangeduid, bepalen net als Bahuvrīhis hun geslacht op basis van het zelfstandig naamwoord dat ze nader specificeren (het zijn in werkelijkheid waarschijnlijk Bahuvrīhi)

Voorbeeld:

पञ्चगु 3: „verkocht voor vijf koeien“

52.7. Woordenlijst

अखिल 3: zonder onderbrekingen, geheel

निखिल 3: volledig, geheel

van:

खिल m.: braakland, woestijn


Afbeelding: खिलः
Tambhol, Akole, Ahmednagar = अहमदनगर
(Bron afbeelding: Details)

अन्तर् Adv.: binnenin, in het binnenste ; Postpositie met Gen. Lok. (षष्टी, सप्तमी): binnenin, middenin ; Postpositie met Gen. Abl. (षष्ठी, पञ्चमी): uit ... naar buiten

अन्योन्य 3: wederzijds, elkaar

+ वि + परि 2P विपर्येति : falen

PPP विपरीत 3: verkeerd, fout

त्रि 3: drie

Maskulinum
पुंस्
Neutrum
नपुंसकम्
Femininum
स्त्री
1. Nominatief
. प्रथमा
त्रयस्त्रीणितिस्रस्
2. Accusatief
. द्वितीया
त्रीन्त्रीणितिस्रस्
3. Instrumentalis
. तृतीया
त्रिभिस्
4. Dativ
. चतुर्थी
त्रिभ्यस्
5. Ablatief
. पञ्चमी
त्रिभ्यस्
6. Genetief
. षष्ठी
त्रयाणाम्
7. Lokatief
. सप्तमी
त्रिषु

निस् Postpositie en prefix bij nomina en werkwoorden: naar buiten, weg, eruit, tevoorschijn, uit, weg, zonder - van

पीड् 10P पीडयति : drukken, kwelen ; benauwen, belegeren, plagen


Afbeelding: पीडिताः
Hyderabad = హైదరాబాద్
(Bron afbeelding: Details)

पर 3: (deklinatie zoals सर्व) verafstaand, vreemd, hoger dan (पञ्चम्या), uiterste, hoogst ; ander, vreemd, vijandig ; m.: vreemdeling

daarvan:

परम् Adv.: in hoge mate, daarop, later, maar, echter

प्रति Postpositie (द्वितीयया): naar - toe, naar, met betrekking tot, tegenover

प्रधान 3: voornaamste, beste ; n.: het belangrijkste


Afb.: प्रधानः मुंबई
(Bron afbeelding: Details)

लौल्य n.: hebzucht, wellust

वर्ग m.: afdeling, sectie, schare

त्रिवर्ग m.: drietal (bijv. धर्मः, अर्थः, कामः ; of: सत्त्वम्, रजस्, तमस् ; of: ब्राह्मणाः, क्षत्रियाः, वैश्याः)

वश् 2P वस्टि, उशन्ति, Imperat. 2.sg.: उड्ढि : willen, gebieden, verlangen naar

Perf Va उवाश, ऊशुर्
Fut. वशिष्यति
Pass. उष्यते
Kaus. वाशयति
PPP उशित
Inf. वशितुम्
Absol. -वश्य

वा 2P वाति : waaien, blazen

Perf IV ववौ
Fut. वास्यति
Pass. वायते
Kaus. वापयति
PPP वान । वात
Inf. वातुम्

daarvan:

वात m.: wind

वृज् 7P वृणक्ति 1P वर्जति : keren, draaien ; afweren, uitsluiten

Perf. II ववर्ज, ववृजुर्
Fut. वर्जिष्यति
Pass. वृज्यते
Kaus. वर्जयति : verwijderen
Kaus. PPP वर्जित : van iets beroofd, vrij van
PPP वृक्त
Inf. वर्जितुम्

व्यवहार m.: bedrijf, wandel, omgang, verkeer, zaken, handel, (rechts)zaak

शील n.: gebruik, gewoonte, natuur, karakter, goede gewoonte = moraal

सूर्य m.: zon

सेव्सेवते : iemand (द्वितीया) dienen, opwachten, eren, liefhebben

Perf I सिषेवे
Fut. सेविष्यते
Pass. सेव्यते
Kaus. सेवयति
PPP सेवित
Inf. सेवितुम्
Absol. -सेव्य

daarvan:

सेवा f.: dienst, opwachting

धीर 3: vast, standvastig, continu, volhardend

शम् शाम्यति

शशाम, शेमुर् शमिष्यति शम्यते शमयति शान्त शमित्वा । शान्त्वा

कोविद 3: ervaren in (षष्ठ्या सप्तम्या वा)

याम m.: nachtwake (telkens drie uur)

परंपरा f.: onafgebroken reeks

अमुत्र Adv.: daar, daarheen

च्युच्यवते : zich roeren, zich voortbewegen, neervallen

Perf. IIIa चुच्युवे
Fut. च्योष्यते
Pass. च्यूयते
Kaus. च्यावयति
PPP च्युत

भू + अनु 1P अनुभवति : onderkennen, gewaarworden, waarnemen, ervaren

चक्र n.: wiel


Afb.: चक्रम्
Konark = कोनार्क
(Afbeeldingsbron: Details)

कदली f.: bananenboom (Musa sp.)


Afb.: कदली
Hampi = ಹಂಪೆ
(Afbeeldingsbron: Details)

सार m.n.: pit, merg, essentie, substantie

दिव्य 3: hemels, goddelijk

वर 3: beste

आदर्श m.: spiegel

मल m.n.: vuil, smet


Afb.: मलम् मुंबई
(Afbeeldingsbron: Details)

त्रिपिष्टप n.: Indra's hemel

मार m.: het gepersonifieerde kwaad, de gepersonifieerde verleiding / manipulatie, duivel


Afb.:
Amaravati = అమరావతి, 2e eeuw n.Chr.
(Afbeeldingsbron: Details)

विजिज्ञासु 3: iemand die volledig wil kennen

त्रैत्रायते : beschermen, redden

Perf. IV तत्रे
Fut. त्रास्यते
Pass. त्रायते
Kaus. त्रापयति
PPP त्राण । त्रात
Inf. त्रातुम्

52.8. Vertaaloefening

. मनुस्मृति ४, १५९ - १६१

यद्यत्परवशं कर्म ततद्यत्नेन वर्जयेत् । यद्यदात्मवशं तु स्यात् ततत्सेवेत यत्नतः ॥१५९॥ सर्वं परवशं दुःखं सर्वमात्मवशं सुखम् । एतद्विद्यात्समासेन लक्षणं सुखदुःखयोः ॥१६०॥ यत्कर्म कुर्वतो ऽस्य स्यात् परितोषो ऽन्तरात्मनः । तत्प्रयत्नेन कुर्वीत विपरीतं तु वर्जयेत् ॥१६१॥

Verklaring: सुखदुःखयोः Gen.Lok.Dual.m.f.n. (Dualdvandva)

. मनुस्मृति २, Over de bronnen van het धर्म

वेदो ऽखिलो धर्ममूलम् स्मृतिशीले च तद्विदाम् । आचआरश्चैव साधूनाम् आत्मनस्तुष्टिरेव च ॥६॥

Verklaring: स्मृतिशीले Nom.Akk.Dual.n. (Dualdvandva)

. कौटिलीयार्थशास्त्र १, , - Over het leven van de vorst in relatie tot अर्थ, काम en धर्म

एवं वश्येन्द्रियः परस्त्रीद्रव्यहिंसाश्च वर्जयेत्, स्वप्नं लौल्यमनृतम्दुद्धतवेषत्वमनर्थ्यसंयोगमधर्मसंयुक्तमनर्थसंयुक्तं च व्यवहारम् ।२। धर्मार्थाविरोधेन कामं सेवेत, न निःसुखः स्यात् ।३। समं वा त्रिवर्गमन्योन्यानुबद्धम् ।४। एको ह्यत्यासेवितो धर्मार्थकामानामात्मानमितरौ च पीदयति ।५। अर्थ एव प्रधान इति कौटिल्यः ।६। अर्थमूलौ हि धर्मकामाविति ।७।

Verklaringen:

इतरौ Nom.Akk.Dual.m. verwijzend naar इतर 3 "ander"

अर्थमूलौ, धर्मकामौ Nom.Akk.Dual.m. (धर्मकामौ is een Dualdvandva)

. अश्वघोष (2e eeuw n.Chr.): बुद्धचरित ४ De bevrijdende kennis van de Boeddha


Afb.: अश्वत्थो महाबोधिवृक्षः
Ficus religiosa L. बोधगया, ca. 1810
(Bron afbeelding: Details)

ततो मारबलं जित्वा धैर्येण च शमेन च । परमार्थं विजिज्ञासुः स दद्ध्यौ ध्यानकोविदः ॥१॥ सर्वेषु ध्यानविधिषु प्राप्य चैश्वर्यमुत्तमम् । सस्मार प्रथमे याम पूर्वजन्मपरंपराम् ॥२॥ अमुत्राहमयं नाम च्युतस्तस्मादिहागतः । इति जन्मसहस्राणि सस्मारानुभवन्निव ॥३॥ स्मृत्वा जन्म च मृत्युं च तासु तासूपपत्तिषु । ततः सत्त्वेषु कारुण्यम् चकार करुणात्मकः ॥४॥ कृत्वेह स्वजनोत्सर्गम् पुनरन्यत्र च कृत्वा । अत्राणः खलु लोको ऽयम् परिभ्रमति चक्रवत् ॥५॥ इत्येवं स्मरतस्तस्य बभूव नियतात्मनः । कदलीगर्भनिःसारः संसार इति निश्चयः ॥६॥ द्वितीये त्वागते यामे सो ऽद्वितीयपराक्रमः । दिव्यं लेभे परं चक्षुः सर्वचक्षुष्मतां वरः ॥७॥ ततस्तेन स दिव्येन परिशुद्धेन चक्षुषा । ददर्श निखिलं लोकम् आदर्श इव निर्मले ॥८॥ सत्त्वानां पश्यतस्तस्य निकृष्टोत्कृष्तकर्मणाम् । प्रच्युतिं चोपपत्तिं च ववृधे करुणात्मता ॥९॥ इमे दुष्कृतकर्माणः प्राणिनो यान्ति दुर्गतिम् । इमे ऽन्ये शुभकर्माणः प्रतिष्ठन्ते त्रिविष्टपे ॥१०॥

52.9. Opdrachten tijdens de semesterferien

Met Les 52 is het eerste semester (13 weken á 4 lesuren) van de Sanskritcursus voltooid.

Tijdens de semesterferien moeten de volgende opdrachten worden uitgevoerd:

  1. Herhaling van alles tot nu toe geleerd, met name:
  2. Het uit het hoofd leren van de vervoegings- en vervoegingsparadigma's
  3. Woorden
  4. Stamvormen
  5. Het uit het hoofd leren van zoveel mogelijk verzen en prozateksten uit de klassieke literatuur
  6. Het bestuderen van Les 53
  7. Het bestuderen van de bladen Bhg 1 - 11 (nog niet op internet)
  8. Voorbereiding van भगवद्गीता Hoofdstuk 1, leren van de bijbehorende woorden op de woordlijsten (nog niet op internet)
  9. Metrische analyse van alle verzen uit भगवद्गीता १
    Een goed beeld van de tekst in recitatievorm geeft: http://www.vaisnava.cz/gita/mp3/Bhagavad-gita01.mp3. -- Geraadpleegd op 2009-01-19
  10. Het lezen van een महाभारत-naschrijving, bijv.
    Mahābhārata : Indiens groot episch gedicht / uit het Sanskriet vert. en samengevat door Biren Roy. -- 10e dr. -- München : Diederichs, 1995. -- 335 blz. ; 19 cm. -- (Diederichs gele reeks ; 16 : India)
  11. Het bestuderen:
    Kunnappally, John: Prakriyā bhāshyam : Sanskrit grammatica / Oorspronkelijk geschreven in het Malayalam. Vertaald naar het Engels door K.V.R. Pai. -- Parathode : eigen uitgave, 1983. -- 818 blz. ; 23 cm. -- blz. 208 - 254 (Syntactisch bestuur)
  12. Volledig bestuderen van:
    **Basham, A. L. (Arthur Llewellyn) (1914–1986)**The wonder that was IndiaDeel: Een verkenning van de cultuur van het Indische subcontinent vóór de komst van de moslims. -- Londen : Sidgwick & Jackson, 1954.
  13. Beginnen met het bestuderen van:
    Winternitz, Moriz (1863–1937): Geschiedenis van de Indische literatuur. Stuttgart : Koehler. -- 3 dl. -- 1908 - 1922 (nog steeds veruit de beste literatuurgeschiedenis van de Sanskriet-, Pali- en Prakritliteratuur)


Afbeelding: श्रीगुम्पिः , मम मन्त्री
(Afbeelding: Payer)
(Bron afbeelding: Details)

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village