🇳🇱 NL - Nederlands
🇳🇱 NL - Nederlands
Weergave
🇳🇱 NL - Nederlands
🇳🇱 NL - Nederlands
Weergave
Bijwoorden worden in het Sanskriet gevormd
In het eerste geval is de grens tussen levendige gevallen en bijwoorden vloeiend. Hiervan behoren als bijzonder geval de bijwoorden, die verstarde, oude gevalvormen zijn, terwijl in de declinatie andere vormen worden gebruikt resp. de overeenkomstige zelfstandige naamwoorden niet meer als zelfstandige naamwoorden worden gebruikt.
De accusatief (द्वितीया) kan adverbiaal worden gebruikt op de vragen:
Adverbiaal kan de accusatief worden gebruikt:
van zelfstandige naamwoorden
Voorbeelden:
कामम् "naar wens, naar believen"
अर्थम् "wegens"
van bijvoeglijke naamwoorden in het mannelijk en onzijdig
Voorbeelden:
सुखम् "gemakkelijk, gelukkig"
नित्यम् "altijd"
साधु "juist, goed"
van voornaamwoorden in het onzijdig
Voorbeelden:
तद् "toen, daarom"
यद् "wanneer, dat"
एतद् "zo, hier, nu"
De instrumentalis (तृतीया) kan adverbiaal worden gebruikt op de vragen:
Adverbiaal kan de instrumentalis worden gebruikt:
Zelden wordt de datief (चतुर्थी) adverbieel gebruikt op de vragen:
Voorbeeld:
अर्थाय "met het oog op, om ... wil"
De ablatief (पञ्चमी) kan adverbieel worden gebruikt op de vragen:
De ablatief kan adverbieel worden gebruikt:
van substantieven
bijv. बलात् "gewelddadig, met geweld"
van adjectieven
bijv. दूरात् "van veraf"
van voornaamwoorden
voorbeelden:
कस्मात् "waarom"
अकस्मात् "onverwacht"
Zelden wordt de genitief (षष्ठी) adverbieel gebruikt op de vraag "na hoeveel tijd?"
bijv. चिरस्य "na lange tijd" (zie चिर 3 "lang (tijd)")
De lokatief (सप्तमी) kan adverbieel worden gebruikt op de vragen:
Voorbeelden:
-अर्थे "wegens"
-कृते "om wil"
दूरे "ver van"
Voorbeelden:
जातु "in het algemeen" (oorspronkelijk "van geboorte, van nature", akk.sg.neu. tot जातु <niet langer als zelfstandig naamwoord in gebruik>)
तूष्णीम् "zwijgend" (akk.sg. tot een niet langer gebruikelijke तूष्णी v. "stilte")
एवम् "zo" (tot een anderszins verloren gegaan pronominaal stam एव "een, enkel")
तूष्णीम् "zwijgend" (akk.sg. tot een niet langer gebruikelijke तूष्णी v. "stilte")
एवम् "zo" (tot een anderszins verloren gegaan pronominaal stam एव "een, enkel")
Van de pronomale stammen तद्, इदम् resp. अ-, यद्, किम् resp. कु kan men met de adverbiale suffixen
overeenkomstige pronomale bijwoorden afleiden.
| Suffix | Pronomale stam | |||
|---|---|---|---|---|
| तद् | इदम् अ- | यद् | किम् कु- | |
| -तस् (Ablatief) | ततस् van daar, daarop, daarom | इतस् अतस् van hier, om deze reden | यतस् waarvandaan, waarvan | कुतस् waarvandaan?, waarom? |
| -त्र (Locatief) | तत्र daar, ginds | अत्र hier | यत्र waar | कुत्र waar? |
| -था (Manier) | तथा zo | यथा hoe | ||
| -थम् (Manier) | कथम् hoe? | |||
| -दा (Tijd) | तदा toen, dan | यदा toen | कदा wanneer? |
Een ander vraagbijwoord is: क्व "waar?"

Afbeelding: क्व
(Bron afbeelding: Details)
Overige adverbiale suffixen
| Suffix | |
|---|---|
| -वत् | kan aan willekeurige zelfstandige naamwoorden worden gehecht om "naar de aard van, gelijk aan" uit te drukken bijv. पुत्रवत् "als een(zoon)" |
| -तस् | aan zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden. Meestal ablatief betekenis "waarvandaan?", maar ook "waar?", "waarnaar?" bijv. आदितस् "vanaf het begin" |
| -धा | 1. Bij telbijwoorden in de betekenis "-voudig", "-vuldig" bijv. द्विधा "tweevoudig" 2. in de betekenis "op enigerlei wijze" bijv. समधा "op gelijke wijze" (tot सम 3 "gelijk") |
Voorbeeld: सुचिरम् "heel lang (tijd)"
Voorbeeld: रक्षार्थम् „op de manier van iemand wiens doel het beschermen is, met het oog op het beschermen”. Kan ook worden beschouwd als behorend tot 5.1.: -अर्थम् als bijwoordelijk achterlid.
अव्ययीभाव = "onveranderlijk/onverbuigbaar geworden"
Een अव्ययीभाव is een bijwoordelijk samengesteld woord waarvan het voorlid een onverbuigbaar woord (postpositie, partikel e.d.) is en waarvan het achterlid een zelfstandig naamwoord is dat de uitgang van de accusatief enkelvoud neutrum aanneemt.
Bij het ontleden van het samengestelde woord zou het voorlid het achterlid bepalen:
Voorbeelden:
प्रत्यग्नि = अग्निं प्रति = „tegen het vuur“
यथाशक्ति = शक्तिमनतिक्रम्य = „met alle kracht“
अभिमुखम् = मुखम् अभि = "voorwaarts, tegemoet"
Bijzonder belangrijk zijn अव्ययीभाव met यथा "zoals" als voorlid:
bijv. यथाकामम् = कामो यथास्ति = "zoals men wenst, naar wens, naar believen"

Afb.: यथाशक्ति
(Bron: Details)
Bij de werkwoorden
kan in plaats van een predikatief bijvoeglijk naamwoord een predikatief bijwoord staan:
bijv. तूष्णीं बभूव "hij werd stil, hij zweeg"

Afb.: तूष्णीं बभूवुः
(Bron: Details)
Onbepaalde voornaamwoorden worden door toevoeging van
aan de naamvallen van het vraagvoornaamwoord किम् gevormd.
bijv.
कश्चिद् = कश्चन = को ऽपि = "iemand, wie dan ook"
कस्यचिद् = van iemand
"Wie?, hoe?, wat?, hoezo?, waarom?
Wie niet vraagt, blijft dom."
कः कथं किं केन कस्मात्कस्मै । यो न पृच्छेन् मूर्खस्तिष्ठेत् ॥
Motto van Sesamstraat, dat een goede leidraad is voor het leven en de studie van het Sanskriet
Zie ook Les 4.
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen
Bij woordvragen wordt gevraagd naar een agent (कर्तृ), een object, een handeling, een omstandigheid e.d., bijvoorbeeld:
Bij zinsvragen wordt naar de volledige inhoud van de zin gevraagd, bijvoorbeeld:
Schema:
Vraagvoornaamwoord/vraagbijwoord - zin
Voorbeelden:
को ग्रामं गच्छति = केन ग्रामो गम्यते = "Wie gaat er naar het dorp?"
किं बाला अधीयीरन् = "Wat zouden kinderen moeten leren?"
क्व रामो वसति = Waar woont Rāma?

Afb.: किं बाला अधीयीरन्
(Bron: Details)
Soms is alleen uit de context te maken of een zin een vraagzin is.
Schema I:
Werkwoord - rest van de zin
Voorbeeld:
गमिष्यति ब्राह्मणबालो गुरुम् । „Zal de brahmaanjongen naar een meester gaan?”
Schema II:
Vraagpartikel (meestal aan het begin van de zin) – zin
De belangrijkste vraagpartikels zijn:
अपि
किम् (laat vaak een ontkennend antwoord verwachten)
कच्चिद्
Deze partikels komen overeen met het vraagteken.
Voorbeeld:
अपि सत्यम् । „Is het ook waar?”
किं शक्नोति । "Kan hij dat dan?"
कच्चित्क्षत्रियेण शत्रवो जिताः । "Heeft de Kṣatriya dan de vijanden verslagen?"
Opmerking: किम् kan naast „wat?” en als vraagwoord ook „waarom?, waarvoor?” betekenen. Dit geldt met name bij het instrumentalis (तृतीया):
किं क्रोधेन । „Waarom die woede? Wat levert die woede op? Wat is het nut van die woede?”
मूर्ख 3: dom, stom, onnozel m. Domkop
मुनि m.: Wijze, (zwijgende) asceet
शाक्यमुनि m.: asceet uit het geslacht van de शाक्य (Kṣatriya's uit कपिलवस्तु) = Boeddha Gautama

Afb.: शाक्यमुनिः
(Bron: Details)
दिन zn.: dag
वृक्ष m.: boom

Afb.: वृक्षः
(Bron: Details)
मुख zn.: mond, gezicht, voorste deel, begin
A) Beantwoord de volgende vragen in het Sanskriet met behulp van de woorden tussen haakjes. Vertaal de vraagzinnen.
Voorbeeld: क आगच्छति (राम) । » राम आगच्छति । कस्मै ब्राह्मण्यन्नं ददौ ॥१॥ (भिक्षु, बाला, दास, भगवन्त्)
क आर्यसत्यान्यजानात् ॥२॥ (बुद्ध, शाक्यमुनि)
कुत्राग्निश्चीयते ॥३॥ (यज्ञस्थान, मही)
कदा ब्राह्माणा घृतमग्नौ जुह्वति ॥४॥ (यज्ञकाल, देवान् स्तु <Absolutiv>)
कस्मान्मतिमतयः पुण्यं चक्रुः ॥५॥ (स्वर्गलोभ, नरकभय, भीतनरकता)
किमेव शस्त्रं छिनत्ति ॥६॥ (शरीर, अजीव)
किंकामः शत्रुरार्यैः सह युयुधे ॥७॥ (धनं जि)
कया भिक्षुरादितः ॥८॥ (गुणवती शूद्रा)
कुतः सुपुनर्भवं गम्यते ॥९॥ (कृतपुण्यत्व, सुनीति)
केन शूद्रा न काम्येत ॥१०॥ (द्विजाति, ब्राह्मण, साधु)
किमर्थं सुगतो ऽगारादनगार्यं प्रवव्राज ॥११॥ (दुःखमोक्ष, मोक्षनयन्ती प्रज्ञा)
कस्याः पुत्र्रः कृष्ण आसीत् ॥१२॥ (देवकी)

Afbeelding: कृष्णः बलरामश्च
(Bron afbeelding: Details)
क्व मर्तुं सज्जना इच्छन्ति ॥१३॥ (काशी = वाराणसी)

Afbeelding: क्व मर्तुं सज्जना इच्छन्ति
(Bron afbeelding: Details)
केषां धर्मो वेदाध्ययनम् ॥१४॥ (द्विज, द्विजाति, आर्य)
कैर्वेदः प्रोक्तः ॥१५॥ (ऋषि)
कस्मिञ्जात आर्यः सुखमाप्नोति ॥१६॥ (पुत्र)
का नरा लुभ्यन्ति ॥१७॥ (सुरूपशरीरा, देवीरूपा)
के नराः सुरूपा लुभ्यन्ति ॥१८॥ (समोह, बुद्धिमन्त्)
कस्या इन्द्रः पुत्र्रं दास्यति ॥१९॥ (कृतव्रता पुण्यवती सुमतिब्राह्मणी)
B) Vertaal:
किं स्थितप्रज्ञः प्रव्रजेत्किमगारे पुत्र्रेषु वसेत् ॥१॥ अपि गुरुः सत्यं जानाति ॥२॥ कच्चिच्छुद्रा द्विजदासाः ॥३॥ कच्छिच्छुद्रो भारमाबिभः ॥४॥
C) Vertaal de volgende अव्ययीभाव :
1. अति Postpositie met acc.: "voorbij ... heen"
2. अधि "in"

Afb.: अधिकेरलं वर्तन्ते
(Afbeeldingsbron: Details)
3. अनु "overeenkomstig, langs, volgens"
4. अप "zonder"
5. अभि "in de richting van"
6. आ "sinds, tot, inclusief"

Afb.: आबालवृद्धं लंदननगरे ववृतिरे
(Afbeeldingsbron: Details)
7. उप "nabij"

Afb.: उपवृक्षं सीदन्ति
(Afbeeldingsbron: Details)
8. यथा
Vertaal naar het Sanskriet door uitsluitend werkwoordsvormen van het perfectum te gebruiken:
Toen eens een of andere grijsaard naar een ander dorp ging, werd hij onderweg vermoeid. Daarop ging hij, om zich uit te rusten, naar de voet van een terzijde staande mangoboom. Op deze boom waren rijpe vruchten. De grijsaard kreeg lust naar deze. Maar hij kon niet op de boom klimmen en naar de vruchten grijpen. Gelukkig waren er op deze boom enige apen, die vruchten aten. Toen hij deze gewaar werd, verblijdde de grijsaard zich. Wat deed hij? Hij nam enkele stenen, mikte op de apen en wierp. De vertoornde apen plukten enige vruchten en wierpen deze naar de grijsaard. De grijsaard nam deze verheugd en ging naar zijn gewenste streek. Zie, het lot van de grijsaard!