Skip to content

Les 57

57.1. Aoristus 4: s-aoristus

De s-aoristus wordt gevormd met de meeste अनिट्-stammen, tenzij deze uitsluitend een andere aoristusvorm hebben. Facultatieve अनिट्-stammen kunnen in het algemeen naar keuze deze of de iṣ-aoristus vormen. Ook अनिट्-stammen die het परस्मैपद na de 1e, 2e of 6e vorm van de aoristus, vormen het आत्मनेपद volgens de s-aoristus.

Vorming: augment + stam + s + athematische secundaire uitgang

Tabel met uitgangen met stamvormingssuffix

परस्मैपदम्आत्मनेपदम्
एकवचनम्बहुवचनम्एकवचनम्बहुवचनम्
1. तृतीयः-sam-sma-si-smahi
2. द्वितीयः-sīs-sta-sthās-dhvam
3. प्रथमः-sīt-sur-sta-sata

De algemene fonetische regel wordt toegepast dat een sissende klank tussen twee plosieven wegvalt (vgl. उद् + स्थित » उत्थित), d.w.z. dat het stamvormende achtervoegsel -s- voor uitgangen die beginnen met -t- of -th- wegvalt (maar niet na nasalen of r-).

Voorbeelden:

3e pers. enkelvoud Ā a-kṣip + s + ta » क्षिप्त
2e pers. enkelvoud Ā a-kṣip + s + thās » क्षिप्थास्

Dergelijke vormen zouden ook tot de stam-aoristus kunnen behoren en behoren daar waarschijnlijk deels ook toe.
De Indische grammatici hebben ook vormen zoals अकृत (3e pers. enkelvoud Ā) tot de s-aoristus gerekend, die duidelijk tot de stam-aoristus behoren. Daartoe hebben de Indische grammatici de volgende ad-hoc klankregel voor de s-aoristus bedacht:

"Na een korte klinker verliezen de "uitgangen", die met -st- of -sth- beginnen, de -s-."

Verder zijn de klankregels voor de verbinding van uitluidende medeklinkers met s- in acht te nemen.

Voor -dhvam geldt:

De -dh- van -dhvam wordt zowel na alle niet-a/ā-klinkers als na -r door -ḍh- vervangen.

bijv. चि 5U: 2.pl.Ā अचेढ्वम्

Vorm van de wortel:

  • परस्मैपद : verlengde trap
  • आत्मनेपद :
  • Wortels met uitluidende i/ī/u/ū: volle trap
  • uitluidend -ṝ wordt door -īr of -ūr vervangen
  • ablautende wortels op ā/e/o: zwakke trap
  • andere wortelklinkers: onveranderd (d.w.z. doorgaans in de zwakke trap)

Voorbeelden:

3.sg.P
चि 5Uअचैषीत्
श्रु 5Pअश्रौषीत्
कृ 8Uअकार्षीत्
भज् 1Uअभाक्षीत्
भञ्ज् 7Pअभाङ्क्षीत्
भुज् 7Uअभौक्षीत्
3.sg.Ā
------
चि 5Uअचेष्ट
नी 1Uअनेष्ट
सू 2/4असोष्ट
sg.Ā
दा 3Uअदिषि
अदिथास्
अदित
1.sg.Ā
कृ 8Uअकृषि
पच् 1Uअपक्षि

दृश् en सृज् hebben in de परस्मैपद een verlengde trap met stijgende tweeklank -rā-:

दृश् 3.sg.P द्राक्षीत्

Ook de aorist van andere wortels met -ṛ- op de voorlaatste plaats kan zo gevormd worden:

कृष् 1P/6U 3.sg.P अकार्क्षीत् / क्राक्षीत्

Paradigma's:

नी 1U "leiden"

परस्मैपदम्आत्मनेपदम्
एकवचनम्बहुवचनम्एकवचनम्बहुवचनम्
1. तृतीयःअनैषम्अनैष्मअनेषिअनेष्महि
2. द्वितीयःअनैषीस्अनैष्टअनेष्ठास्अनेढ्वम्
3. प्रथमःअनैषीत्अनैषुर्नेष्टअनेषत


Afbeelding: भीमराव रामजी आंबेडकर (१८९१ १९५६) । सो ऽनैषीद्दलितान् ॥
(Bron afbeelding: Details)

कृ 8U "doen"

परस्मैपदम्आत्मनेपदम्
एकवचनम्बहुवचनम्एकवचनम्बहुवचनम्
1. तृतीयःअकार्षम्अकार्ष्मअकृषिअकृष्महि
2. द्वितीयःअकार्षीस्अकार्ष्टअकृथास्अकृढ्वम्
3. प्रथमःअकार्षीत्अकार्षुर्अकृतअकृषत

तुद् 6U "slaan"

परस्मैपदम्आत्मनेपदम्
एकवचनम्बहुवचनम्एकवचनम्बहुवचनम्
1. तृतीयःअतौत्सम्अतौत्स्मअतुत्सिअतुत्स्महि
2. द्वितीयःअतौत्सीस्अतौत्त
aus: a-taut + s + ta
अतुत्थास्अतुद्ध्वम्
3. प्रथमःअतौत्सीत्अतौत्सुर्अतुत्तअतुत्सत

Onregelmatige vormen:

1. Wortstammen op nasaal (गम्, मन्, रम्) vormen de s-aorist met hoge gradatie:
अगंसि । अमंसि । अरंस्त
Daarnaast bestaan er voor गम् de regelmatige vormen met lage gradatie:
अगसि (« *a-gm-si) । अगथास् । अगत (in het P heeft गम् de themavocale aorist)

  1. पद् 4Ā is regelmatig (bijv. अपत्सि), maar in de 3.sg.Ā heeft het de vorm van de passieve wortelaorist:
    अपादि "hij ging"

  2. बुध् Ā kan in de 3.sg.Ā naar keuze de vorm van de passieve wortelaorist aannemen:
    अबोधि / अबुद्ध "hij erkende"

57.2. Oefening

A) Vertaal en bepaal zonder hulpmiddelen de volgende vormen en vorm de bijbehorende aoristvormen. Behalve bij causatieven en wortels die de s-aorist vormen, staat tussen haakjes de klasse van de betreffende aorist vermeld:

  1. पेचिथ
  2. अवक् ()
  3. सोष्यसि
  4. छिन्दे
  5. कुरुषे
  6. आधत्ते
  7. पद्यते
  8. जिगाय
  9. जिघ्रामः (,)
  10. शासति ()
  11. स्तुवे
  12. दिग्धे
  13. प्लवध्वे
  14. तस्थिथ ()
  15. बिभ्यति
  16. ततर्प
  17. जुहुथ
  18. ऊषुः
  19. ससर्जिथ
  20. लिल्यिरे
  21. अत्याजयम्
  22. सिध्यथ ()
  23. निन्य
  24. कर्षन्ति
  25. अप्रच्छयन्

B) Vertaal en bepaal de volgende vormen:

  1. चेलुः
  2. जन्तुः
  3. अश्वसीत्
  4. ज्येष्ठायाः
  5. संयक्
  6. असे
  7. असि
  8. अचैष्ट
  9. अचेष्ट
  10. अभग्नम्
  11. भस्म
  12. हवींषि
  13. अद्राक्षीः
  14. शनैः
  15. अपन्थाः
  16. शत्रुह
  17. उदासीने
  18. कनीयान्
  19. कन्याम्
  20. आरम्
  21. रिपू
  22. अदात्
  23. आदत्
  24. अवोढ
  25. अवोचम्
  26. दिक्
  27. शुनोः
  28. यते
  29. येते
  30. याते
  31. चतस्रः
  32. परंपरायै
  33. विमलाभ्याम्
  34. ते
  35. रजसि
  36. रजसी
  37. विक्रेढ्वम्
  38. युष्मत्
  39. अघम्
  40. अभुक्थाः
  41. उत्थानाय
  42. अलुम्पत
  43. अलुपत
  44. अलुप्त
  45. अलुप्तम्
  46. वसिष्ठे
  47. वर्षिष्ठे
  48. अक्षैष्म
  49. अहृत
  50. कामधुग्भिः
  51. अमुत्र
  52. पत्युः
  53. क्षेपीयन्
  54. आदि्षि
  55. पाणी
  56. अस्प्राक्षम्

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village