Skip to content

Les 56

56.1. De redupliceerde aoristus

Vorming:

Augment + redupliceerde stam + a + thematische secundaire uitgang

De stamlettergreep kan laag- of hoogstandig zijn. Bij stammen op -i of -u is laagstand de regel.

Een -i of -u aan het einde wordt vervangen door respectievelijk -iy of -uv.

Een -ā aan het einde (voor -e) valt weg.

Paradigma:

श्रि 1U „zich begeven naar, zich tegen aanleunen“

परस्मैपदम्आत्मनेपदम्
एकवचनम्बहुवचनम्एकवचनम्बहुवचनम्
1. तृतीयःअशिश्रियम्
(-शि-श्रिय्-अम्)
अशिश्रियामअशिश्रियेअशिश्रियामहि
2. द्वितीयःअशिश्रियस्अशिश्रियतअशिश्रियथास्अशिश्रियध्वम्
3. प्रथमःअशिश्रियत्अशिश्रियन्अशिश्रियतअशिश्रियन्त

Deze vorm van de aoristus wordt onder andere gevormd door:

  • श्रि 1U „zich begeven naar“
  • द्रु 1P „rennen“
  • कम् 1Ā "liefhebben": अचकमत / अचीकमत (zie hieronder!)
  • पत् 1P "vallen": अपप्तत् (a-pa-pt-a-t; pt = lage vorm van pat)
  • वच् 2P "zeggen": अवोचत् (a-va + uc-a-t)

Alle stamwoorden van de 10e tegenwoordige tijdklasse en alle causatieven vormen altijd de redupliceerde aoristus.

56.1.1. Vorming van de aoristus van de causatief en van de stamwoorden van de 10e tegenwoordige tijdklasse

Stamlettergreep:

Het uitgangspunt is de vorm van de tegenwoordige tijdstam of de causatieve stam, die deze heeft na het weglaten van het vormingselement -aya- (dus stam op -p bij causatieven op -paya-).

De klinker van deze zogenaamde stamlettergreep wordt in de aoristus bepaald volgens de volgende regels:

  • -ā- vóór een enkele medeklinker wordt door -a- vervangen:
    पॄ 3P: Caus. पारयति, Aor. अपिपरत् द्रु 1P: Caus. द्रावयति, Aor. अदुद्रवत् / अदिद्रवत् नी 1U: Caus. नाययति, Aor. अनीनयत् ज्ञा 9U: Caus. ज्ञापयति, Aor. अजिज्ञपत्

  • -ī-, -e-, -ai- vóór een enkele medeklinker wordt door -i- vervangen:
    चित् 1P: Caus. चेतयति, Aor. (Ā) अचीचित

  • -u-, -o-, -au- vóór een enkele medeklinker wordt door -u- vervangen:
    चुर् 10U: चोरयति, Aor. अचूचुरत्

Bij sommige wortels zijn de tot nu toe genoemde veranderingen facultatief dan wel moeten zij achterwege blijven:

  • ar, ār, īr, al dat onmiddellijk voorafgaat aan de slotmedeklinker van de stamlettergreep en dat als substituut voor ṛ, ṝ, ḷ optreedt, blijft naar keuze onveranderd of wordt door ṛ dan wel ḷ vervangen:
    कॢप् 1Ā: Caus. कल्पयति, Aor. अचकल्पत् / अचीकॢपत् कृष् 1P/6U: Caus. कर्षयति, Aor. अचकर्षत् / अचीकृषत्

Vocaal van de reduplicatielettergreep:

Nadat de zojuist genoemde regels op de stamlettergreep zijn toegepast, moeten de volgende regels voor de vocaal van de reduplicatielettergreep worden gevolgd:

Uitgangspunt is de reguliere reduplicatievocaal, d.w.z.

  • a voor a, ā, ṛ, ṝ, ḷ
  • i voor i, ī, e, ai
  • u voor u, ū, o, au

Deze reduplicatievocaal ondergaat de volgende veranderingen:

  • i, u wordt vervangen door ī, ū wanneer de stamlettergreep met slechts één medeklinker begint en metrisch kort is:
    भिद् 7U: caus. भेदयति, aor. बीभिदत् तुद् 6U: caus. तोदयति, aor. तूतुदत्
  • a wordt vervangen door ī als de stamlettergreep metrisch kort is en met slechts één medeklinker begint. Is de stamlettergreep metrisch kort en begint deze met meer dan één medeklinker, dan wordt de a van de reduplicatielettergreep vervangen door i. Als de stamlettergreep metrisch lang is, blijft de a behouden:
    नी 1U: causatief. नाययति, stamlettergreep van de aor. नय्, aor. नीनयत् कृ 8U: causatief. कारयति, stamlettergreep van de aoristus. कर्, aor. चीकरत् त्यज् 1P: caus. त्याजयति, stamlettergreep van de aor. त्यज्, aor. तित्यजत् भू 1P: caus. भावयति, stamlettergreep van de aor. भव्, aor. बीभवत्

Bijzonderheden van bepaalde stamwoorden bij Kielhorn, Grammatica § 435c e.v.

Stamlettergrepen die met een klinker beginnen, worden volgens de volgende regels geredupliceerd:

  • Als de beginklinker slechts wordt gevolgd door één enkele medeklinker of een medeklinkergroep waarvan het eerste element noch een nasale, noch een d of r is, dan luidt de geredupliceerde lettergreep:

Klinker – eerste daaropvolgende medeklinker (of diens vereiste vervanging in een reduplicatiesilbe) – i - alle medeklinkers

अश् 9P: caus. आशयति, herhaalde lettergreep आशिश्, aor. आशिशत् इष् 6P: caus. एषयति, herhaalde lettergreep एषिष्, aor. ऐषिषत् ईक्ष् 1Ā: caus. ईक्षयति, herhaalde lettergreep ईचिक्ष्, aor. ऐचिक्षत्

  • Als de beginklinker wordt gevolgd door een medeklinkergroep die begint met een nasale, een d of een r, wordt de tweede medeklinker van de groep (of zijn plaatsvervanger) met een i ingevoegd volgens het volgende schema:

Klinker - eerste medeklinker - tweede medeklinker (vervanger) - i - tweede medeklinker

अञ्ज् 7P: causatief. अञ्जयति, herhaalde lettergreep अञ्जिज्, aor. आञ्जिजत् ऋ 1P: caus. अर्पयति, verdubbelde lettergreep अर्पिप्, aor. आर्पिपत् अर्ह् 1P: caus. अर्हयति, gedupliceerde lettergreep अर्जिह्, aor. आर्जिहत्

Deze vorm van reduplicatie van afgeleide stammen die met een klinker beginnen (causatieven) wordt "Attische reduplicatie" genoemd.

56.2. De injunctief

De injunctief is de vorm zonder augment van de augmentvormen, d.w.z. dat zijn vormen identiek zijn aan de vormen zonder augment van de indicatief imperfectum of aoristus. De inheemse Indische grammatica heeft de injunctief niet als een aparte grammaticale categorie erkend.

Volgens het fundamentele werk:


Afb.:
Hoogleraar Vergelijkende Taalkunde, Universiteit Erlangen-Nürnberg (1955 - 1983)
(Bron afbeelding: Details)

Hoffmann, Karl (1915–1996): Der Injunktiv im Veda : eine synchronische Funktionsuntersuchung / door Karl Hoffmann. -- Heidelberg : Winter, 1967. -- 298 blz. -- (Indo-Europese Bibliotheek : 3e reeks, Onderzoeken)

heeft de conjunctief in de Veda de volgende kenmerken:

  • hij is niet rapporterend, maar vermeldend
  • hij kent geen tijdsniveaus
  • de conjunctief in de tegenwoordige tijd (= onvoltooid verleden tijd zonder augment) duidt het onvoltooid aspect aan
  • de conjunctief in de aoristus duidt het voltooid aspect aan.

In het post-Vedische Sanskriet komt de injunctief alleen nog voor in combinatie met het verbodspartikel मा (+ injunctief aorist) of मा स्म (+ injunctief tegenwoordige tijd of aorist) voor; het aspect speelt meestal geen rol meer.

(met aspect

  • zou मा + injunctief aoristus een verbodszin aanduiden: „Begin niet met ...!“, „Doe niet ...!“
  • zou मा स्म + conjunctief tegenwoordige tijd een inhibitieve zin aanduiden, d.w.z. dat een reeds plaatsvindende handeling of een reeds bestaande toestand wordt verboden: „Stop met ...!”, "Laat ... achterwege!"

Dit onderscheid wordt in het klassieke Sanskriet echter meestal niet gemaakt.)

56.3. De verbodszin

Hoofdvorm:

मा + imperatief aoristus

मा स्म + imperatief aoristus of imperatief tegenwoordige tijd

Voorbeelden:

मा कर्महेतुर्भूः „Word niet iemand die wordt gemotiveerd door de vrucht van een daad!” (injunctief aoristus) (भगवद्गीता 2,47c)

क्लैब्यं मा स्म गमः „Word niet onmannelijk!” (injunctief aoristus) (भगवद्गीता 2,3a)


Afb.: क्लैब्यं मा स्म गमः
Poster (Ernesto Che Guevara) van een politieke partij in Vallachira (Vallachira), Thrissur (തൃശ്ശൂര്‍). „Een ruwe vertaling van wat erop staat zou zijn: Martelaarschap is een fascinerende ervaring voor een revolutionair. En een ontmoedigende uitweg voor een lafaard. Che is geen rolmodel voor lafaards.”
(Bron: Details)

Beide voorbeelden hebben een verbiedende betekenis. De aoristus van de imperatief wordt hier dus in zijn oorspronkelijke betekenis gebruikt. (Het overwicht van de aoristus van de imperatief in dergelijke zinnen kan wellicht worden verklaard door het overwicht van verbodszinnen ten opzichte van remmende zinnen, maar deze kwestie zou voor het klassieke Sanskriet nog moeten worden onderzocht.)

Andere vormen van verbodsclausules:

  • **मा + (स्म) + Imperatief (zelden) **
    bijv. मा ते सङ्गो ऽस्त्वकर्मणि

  • अलम् of कृतम् = Instrumentalis in de inhibitieve zin
    bijv. अलं विषादेन "Genoeg met het wanhopen! = Stop, wanhopig te zijn! = Hoofd omhoog!"

  • + Gerundivum (Particip van noodzaak)

Daarnaast bestaan er nog andere, zeldzamere vormen van verbodsclausules, zie bijv.

Speyer, Jacob S. (Jacob Samuel) (1849–1913): Sanskrit syntax. -- Leyden : Brill, 1886. -- § 353.


Afb.: अलं विषादेन
(Bron afbeelding: Details)

56.4. स्म

स्म benadrukt: "waarlijk, inderdaad, zeker, juist"

Daarnaast is de volgende constructie zeer belangrijk:

स्म + Indicativus Praesens dient om in het verleden te vertellen, vooral om een duur in het verleden aan te duiden:

bijv. वसति स्म "het woonde eens" (स्म kan soms ook ontbreken).

56.5. Oefening

A) Bepaal en vertaal zonder hulpmiddelen (!) de volgende vormen:

  1. अस्मत्
  2. अस्मात्
  3. दध्यौ
  4. लिल्यिरे
  5. अगामि
  6. आगामी
  7. अक्लिद्यत्
  8. अक्लिदत्
  9. अचिक्लिदत्
  10. स्त्रीघ्नाय
  11. नेद
  12. प्लवमान
  13. अकारि
  14. अद्य
  15. अतन्द्रिते
  16. अन्तरे
  17. महीक्षितम्
  18. आर्दिधाम
  19. आसम्
  20. आसाम्
  21. आसि
  22. अनूनुदत्
  23. जिघ्रति
  24. जाग्रति
  25. आस्थत्
  26. आस्थात्
  27. अबीभषम्
  28. अशुषः
  29. कपी
  30. आततायी
  31. महती
  32. इतरेतरेषाम्
  33. धेक्षि
  34. अश्यन्
  35. कन्ये
  36. सौमि
  37. आर्पिपन्
  38. परिव्राट्
  39. जेरिम
  40. अततर्पत
  41. तत्रिरे
  42. मात्रीकुरु
  43. आनीः
  44. मानुषाभ्याम्
  45. अजिघ्रपम्
  46. रते
  47. जातु
  48. जाती
  49. जाता
  50. अपरस्मै
  51. अदीपि
  52. अजूजुषाम
  53. नवानाम्
  54. अश्रुणोः
  55. पृथक्पृथक्
  56. असिष्णिहम्
  57. मन्मय्यः
  58. औजिहः
  59. अशिनट्
  60. पाप्यभूवन्
  61. शोत्स्यामः
  62. अदीर्यथाः
  63. भस्मसात्संपेदे
  64. नवधा
  65. अविनक्
  66. आन
  67. शान्तयोः
  68. वारीणि
  69. वारिणी
  70. वारिणि
  71. अद्भिः
  72. अदिध्मपन्
  73. अववर्जन्
  74. शितवत्यौ
  75. अहो
  76. एकशः
  77. अपप्तः
  78. अकस्मात्
  79. मित्रध्रुक्
  80. अवोचन्

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village