Skip to content

Les 18

18.1. सुभाषितम्

नास्ति कामसमो व्याधिर् नास्ति मोहसमो रिपुः । नास्ति क्रोधसमो वह्निर् नास्ति ज्ञानसमं सुखम् ॥

18.2. Determinatieve composita (तत्पुरुष) met adverbiaal voorlid

Als adverbiaal (niet-declinabel) voorlid kunnen

  • bijwoorden
  • voorzetsels
  • partikels
  • andere indeclinabilia

gebruikt worden. Zulke Tatpuruṣa behoren meestal tot de klasse van de Nityasamāsa = नित्यसमास (m. "permanent compositum"), d.w.z. de composita die men helemaal niet of niet alleen door middel van de in het compositum zelf voorkomende woorden kan ontleden.

Voorbeelden:

अति "daarbovenuit":

अतिगुरु 3: uiterst zwaar, uiterst gewichtig

अतिपुरुष m.: uitmuntende man, Superman, held

अतिस्तुति f.: overmatige lof

अत्युक्ति f.: overmatig spreken, overdrijving

De belangrijkste adverbiale voorleden zijn a-/an-, su-, dus-.

(vóór medeklinker), अन् (vóór klinker): un-: staat in het compositum in plaats van "niet".

Voorbeelden:

अनृत n. = नर्तम् (= + ऋतम्): onwaarheid, leugen

अकृत 3 = न कृत 3: niet gedaan, ongedaan

अब्राह्मणी f. = न ब्राह्मणी : een niet-brahmane, onbrahmane

अदेव m. = न देवः : een niet-god, ongod

सु "wel, goed"; wordt bij het ontleden van het compositum door de commentatoren vervangen door een adjectief met de betekenis "goed" (bijv. सुष्टु 3, शोभन 3).

Voorbeelden:

सुकवि m.: een goede dichter

सुकृत n.: goede daad
सुखादित 3: goed gekauwd

सुदुःख zn.: groot leed

दुस् "slecht, slecht" (let op de sandhi!).

Voorbeelden:

दुर्नय m.: slecht leiderschap, slecht gedrag

दुष्करण n.: slechte daad, moeilijke daad

Hierbij geldt de volgende regel:

Klankverandering van -s in samengestelde woorden

In tegenstelling tot de zinssandhi geldt in de uitklank van het eerste deel van samengestelde woorden:

-s na -i- of -u- voor een stemloze guturaal of labiaal » -ṣ

Daarom: दुष्करण

18.2.1. Samengestelde woorden van het type सुकर / दुष्कर

Samengestelde woorden van het type सुकर / दुष्कर hebben voornamelijk de betekenis van passieve mogelijkheid:

Voorbeelden:

सुकर 3: gemakkelijk te doen

सुगम 3: gemakkelijk te lopen

दुर्गम 3: moeilijk te lopen

सुदुर्गम 3: heel moeilijk te lopen

18.2.2. Betekenissen van nañ-Tatpuruṣa (a- / an-)

Tatpuruṣa met a- / an- kunnen de volgende betekenissen hebben:

  1. Gelijkenis (तत्सादृश्यम्):
    अब्राह्मणः = een Kṣatriya of Vaiśya die het heilige koord (यज्ञोपवीत n.) draagt en daardoor op een brahmaan lijkt, zonder er een te zijn
  2. Gebrek, afwezigheid (तदभावः):
    अज्ञानम् = onwetendheid (gebrek aan kennis)
  3. Andersheid (तदन्यत्वम्):
    अपटम् = iets dat geen stof / gewaad (पट m: weefsel, gewaad) is
  4. Kleinheid (तदल्पता):
    अनुदरम् = een kleine buik (een niet-buik)
  5. Afkeuring (अप्राशास्त्यम्):
    अकालः = ongelegen moment
  6. Vijandschap (निरोधः):
    असुरः = tegen-god (volgens de verkeerde etymologie a-sura)

De volgende vers vat deze betekenissen samen:

तत्सादृश्यमभावश्च तदन्यत्वं तदल्पता । अप्राशास्त्यं निरोधश्च नजर्थाः षट्प्रकीर्तिताः ॥

Men kent zes betekenissen van nañ (= a-/an-) ....

18.3. Werkwoordelijke samenstellingen

उपसर्गेण धात्वर्थो बलादन्यत्र नीयते । गङ्गासलिलमाधुर्यं सागरेण यथाम्भसा ॥

चन्द्रकीर्ति : प्रसन्नपदा p. 2, regel 14v.

Door een voorvoegsel wordt de betekenis van een wortel gewelddadig veranderd, zoals het zoete water van de Ganges door zeewater.

Werkwoorden kunnen in het Sanskriet met voorvoegsels (उपसर्ग m.) worden verbonden. Hierbij geldt meestal de zinsandhi. Voorvoegsels kunnen de betekenis van de wortel onder omstandigheden aanzienlijk modificeren, zodat in veel gevallen de betekenis van een wortel met voorvoegsel afzonderlijk moet worden geleerd. Werkwoorden met voorvoegsel kunnen een andere modus (P, Ā) hebben dan de eenvoudige wortel. Voor een wortel kunnen tegelijkertijd meerdere voorvoegsels worden geplaatst.

Enkele belangrijke voorvoegsels zijn:

उप "naar, toe, tegen"

Voorbeelden:

उपगम् 1 उपगच्छति : gaan, zich erop toeleggen

उपदिश् 6 उपदिशति : wijzen, onderwijzen, adviseren

उपपद् 4 Ā उपपद्यते : bereiken

  • PPP उपपन्न 3: uitgerust met (instrumentalis)

उपलभ् 1 Ā उपलभते : vatten, bereiken

प्र "vooruit, voort"

Voorbeelden:

प्राप् (pra-āp) 5 प्राप्नोति : bereiken

प्रदिश् 6 प्रदिशति : tonen

प्रबुध् 4 Ā प्रबुध्यते : ontwaken, erkennen

प्रभू 1 प्रभवति : tevoorschijn komen, uitsteken, macht hebben over (gen., lok. dat.)

प्रवच् 2 प्रवक्ति PPP प्रोक्त (« pra + ukta) : verklaren, meedelen, uitspreken

प्रवद् 1 प्रवदति : uitspreken, aanduiden als, verklaren voor

प्रस्तु 2 प्रस्तौति : vooraf prijzen, luid prijzen, over iets ter sprake komen, beginnen

वि "uiteen, weg, uiteen-, ver-"

Voorbeelden:

विगम् 1 विगच्छति : uiteengaan, vergaan, verdwijnen

विजि 1 Ā (!) विजयते : verslaan

विमुच् 6 विमुञ्चति : losmaken, bevrijden

विवद् 1 विवदति : disputeren, uiteenzetten, vertellen

विस्मृ 1 विस्मरति : vergeten

विहन् 2 विहन्ति : kapotslaan, vernietigen, verdelgen

सम् "samen, met"

Voorbeelden:

समास् 2 Ā समास्ते : samenzitten, zich ophouden, wonen

समि 2 समेति : samenkomen, zich verenigen

संगम् 1 Ā (!) संगच्छते : samenkomen, op elkaar botsen (vriendelijk of vijandig), geslachtsgemeenschap hebben met (acc.)

संजन् 4 Ā संजायते : ontstaan

  • PPP संजात 3: geboren, ontstaan, geworden

सम्बुध् 4 Ā सम्बुध्यते : volledig ontwaken (tot de waarheid)

सम्पद् 4 Ā सम्पद्यते : iemand ten deel vallen, lukken

  • PPP सम्पन्न 3: voorzien van (instr.)

De wortel कृ "doen" vertoont in verbinding met de preverbale elementen सम् । उप । अप । परि ook de vorm स्कृ

Voorbeeld:

sam-kṛ 8 संस्करोति : bereiden, voor het offer bereiden, wijden

  • PPP संस्कृत 3: voor het offer bereid ; संस्कृत o.: Sanskriet: de voor het offer geschikte taal ; tegenhanger प्राकृत 3: gewoon, ordinair ; प्राकृत o.: gewone taal, Prakrit (benaming voor de volks- en omgangstalen die met het Sanskriet verwant zijn)

18.3.1. Nominale vormingen bij verbale composieten

Van wortels met preverbia kunnen met behulp van kṛt-suffixen nomina gevormd worden.

Voorbeelden:

sam-kṛ + -a = संस्कार m.: wijding, bereiding ; overgangsrituelen = benaming voor de ceremonies die de verschillende levensfasen van de conceptie tot de dood begeleiden (zie daarvoor de uitstekende samenvatting bij Basham, Wonder p. 160 - 170!)


Afb.: विवाहः
Huwelijk = विवाह m., een belangrijke संस्कारः
(Afbeeldingsbron: Details)

upa-nī + -ana = उपनयन o.: het dichterbij brengen (bij het offervuur) = ceremonie waarbij aan de mannelijke leden van de drie hogere standen het heilige koord (यज्ञोपवीत o.) wordt aangelegd en tevens het heilige vers सावित्री in het oor wordt gefluisterd, dat zij voortaan dagelijks bij zonsopgang en zonsondergang reciteren. Voor de brahmanen is dit Ṛgveda III.62.10:

"Mogen wij de voortreffelijke glans van de god 'Aandrijver' ontvangen, die onze gedachten in beweging moge zetten."

Door het Upanayana vindt de tweede geboorte plaats, daarom: द्विज । द्विजाति


Afb.: उपनयनम्
"Een jonge jongen is te zien tijdens het upanayana-ritueel. De vergeelde, dunne draad die van de linkerschouder naar de taille loopt, is de yagnopavita. Let ook op de gordel van munjagras rond de taille. Het takje in de rechterhand (meestal van de peepalboom) symboliseert zijn intrede in het brahmacharya-stadium."
(Afbeeldingsbron: Details)

18.4. Woordenlijst

सुष्टु 3: geprezen, uitmuntend, goed

शोभन 3: schitterend, prachtig, heerlijk, mooi, goed

सम 3: gelijk, even, vergelijkbaar (met instrumentalis)

व्याधि m.: ziekte

रिपु m. = शत्रु , bedrieger

वह्नि m. = अग्नि ज्ञान n.: kennis

शूर 3: dapper, heldhaftig ; m.: held

शब्द m.: geluid, toon, signaalgeluid: woord

उदक n.: water

अन्त m.: einde, grens

आदि m.: begin

दण्ड m.: stok, gesel, straf

मात्रा f. मात्र n.: maat, begrenzing

सहित 3: verenigd, voorzien van

हस्त m.: hand

प्रभृति f.: begin

18.5. Oefening

A) Vertaal het सुभाषित aan het begin van de les.

B) Vertaal de volgende Tatpuruṣa:

. सुकर ३ २. सुकुल n.

. सुकृती f.

. अकरण n.

. दुरिष्ट n.

. दुरिष्टि f.

. सुखादित 3

. दुष्कर 3

. दुर्जय 3

१०. सुगत m.

११. सुजन m.

१२. दुरुक्ति f.

१३. दुरुपदेश m.

१४. सुजात 3

१५. सुगुरु 3

१६. अनाप्त 3

१७. अनीति f.

१८. अनीश्वरत्व n.

१९. सुदुःख n.

२०. दुर्जन m.

२१. दुर्दग्ध 3

२२. अतिकृत 3

२३. सुपुत्र m.

२४. सुबुद्धि f.

२५. दुष्पुत्र m.

२६. दुष्प्रणीत 3

२७. सुमति f.

२८. दुर्लभ 3

२९. दुर्वच 3

३०. दुर्वचन n.

३१. अमृत n.

18.6. Herhalingsopgave

Geen hulpmiddelen gebruiken!

A) Ontbind de volgende samenstellingen in het Sanskriet en geef vertaalvoorstellen:

. अन्तगत 3

. क्षमाकर 3

. क्षेमेन्द्र m.

. शस्त्रकोपनिरोध m.

. सिंहसंहनन n.

. अरिसिंह m.

. आहारनिद्राभय o.

. मृतिसाधनी v.

. कुलोपदेश m.


Afb.: मृतिसाधनी काली
1770 Prent
(Afbeeldingsbron: Details)

B) Vertaal met behulp van werkwoorden van de 2e presensklasse:

1. De brahmaan prijst de godinnen.

2. De helden gaan over de moeilijk begaanbare weg naar het dorp van de Ariërs.

3. De huismeid melkt de koeien.

4. De vijanden van de Ariërs doodslaan de machtige Kṣatriyas.

5. Een spook eet geen vruchten.

6. Zo spreekt hij die [de weg door de wedergeboorten] goed gegaan is tot de leerling.


Afb.: सुगतः गन्धार 1./2e eeuw n. Chr.
(Afbeeldingsbron: Details)

C) Geef in het Sanskriet de definitie van yoga op twee manieren: eenmaal met behulp van een samenstelling, eenmaal door de samenstelling te ontleden.

D) Vertaal:

(धर्मः) सर्वेषामाहिंसा सत्यं शौचमनसूयानृशंस्यं क्षमा च ॥

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village