Skip to content

Les 30

30.1. De negende presentieklass (क्र्यादि = "क्री enz.")

Vorming:

  • sterke stam: wortel in de lage graad + -nā-

  • zwakke stam:

  • voor medeklinker: wortel in de lage graad + -nī-

  • voor klinker: wortel in de lage graad + -n-

Voorbeeld:

क्री 9U "kopen"

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
क्रीणाति
(krī + nā + ti)
क्रीणन्ति
(krī + n + anti)
3e persoon
Ātmanepada
क्रीणीते
(krī + nī + te)
क्रीणते
(krī + n + ate)

Bij deze presentieklass is vooral de vorming van de presentiestam op basis van de wortel ज्ञा 9U "kennen, weten" van belang:

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
जानाति
(jā-nā-ti)
जानन्ति
(jā-n-anti)
3e persoon
Ātmanepada
जानीते
(jā-nī-te)
जानते
(jā-n-ate)

De vorm जा die aan de presentiestam van ज्ञा ten grondslag ligt, is hetzij te verklaren door een ablautreeks -ā (lage graad) -nā (hoge graad), hetzij door dissimilatie uit *jñā-nā-ti.

Enkele wortels op lange klinker verkorten deze voor het presentiestamsuffix van de negende klasse:

Voorbeeld:

पू 9U "zuiveren"

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
पुनाति
(pu-nā-ti)
पुनन्ति
(pu-n-anti)
3e persoon
Ātmanepada
पुनीते
(pu-nī-te)
पुनते
(pu-n-ate)

Vorming van het participium praesens Parasmaipada:

Voorbeeld:

क्रीणन्त् (krī + n + ant) ; fem.: क्रीणती (krī + n + at + ī)

30.2. Gebruik van de optativus (लिङ्)

De optativus wordt gebruikt:

1. ter aanduiding

  • van een wens
  • van een verzoek
  • van een afgezwakt bevel

(hierbij overlapt de optativus - लिङ् - met de imperativus - लोट्)

Voorbeeld:

दासो ग्राममागच्छेत् = "Moge de lijfeigene naar het dorp komen"

2. Wanneer iets als

  • mogelijk
  • waarschijnlijk
  • vermoedelijk

weergegeven moet worden.

Voorbeeld:

ग्रामाच्चेद्गच्छेद्गुरुं न शृणुयात् = "Als hij uit het dorp zou gaan, zou hij de meester niet horen"

3. Betrekkelijke zinnen met optativus hebben soms de betekenis: "Als iemand ..."

Voorbeeld:

यो नृतं वदेत्स नरकं पतेत् = "Als iemand de onwaarheid zou zeggen, zou hij in de hel vallen = Als iemand onwaarheid zegt, valt hij in de hel"

30.3. Secundaire uitgangen van de 3e persoon enkelvoud en meervoud

De optativus (लिङ्), het imperfectum (लङ्), de aoristus (लुङ्), de precativus (आशिर्लिङ्) en de conditionalis hebben de zgn. secundaire uitgangen:

3e persoon enkelvoud3e persoon meervoud
Parasmaipada-tathematische klassen: -an of -ur
Optativus: -ur
Ātmanepada-taathematische klassen: -ata (uit *nta)
Optativus: -ran

30.4. Vorming van de Optatief Present (लिङ्)

30.4.1. Thematische presentklassen

voor medeklinkerbeginnende uitgangen:

Presentstam + -i- (die met het -a- versmelt tot -e-) + secundaire uitgangen

voor klinkerbeginnende uitgangen:

Presentstam + -i- (» -e-) + -y- + secundaire uitgang

Voorbeelden:

1. Presentklasse:

भू

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
भवेत्
(bhava + i + t)
भवेयुर्
(bhava + i + y + ur)
3e persoon
Ātmanepada
भवेत
(bhava + i + ta)
भवेरन्
(bhava + i + ran)

4. Presentklasse:

नृत्

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
नृत्येत्
(nṛtya + i + t)
नृत्येयुर्
(nṛtya + i + y + ur)
3e persoon
Ātmanepada
नृत्येत
(nṛtya + i + ta)
नृत्येरन्
(nṛtya + i + ran)

6. Presentklasse

विश्

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
विशेत्
(viśa + i + t)
विशेयुर्
(viśa + i + y + ur)
3e persoon
Ātmanepada
विशेत
(viśa + i + ta)
विशेरन्
(viśa + i + ran)

10. Presentklasse en causativa

चुर्

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
चोरयेत्
(coraya + i + t)
चोरयेयुर्
(coraya + i + y + ur)
3e persoon
Ātmanepada
चोरयेत
(coraya + i + ta)
चोरयेरन्
(coraya + i + ran)

30.4.2. Athematische presentklassen

Parasmaipada:

zwakke presentstam + -yā- (voor -ur: -y-) + secundaire uitgang

Ātmanepada:

zwakke presentstam + -ī- + secundaire uitgang

Voorbeelden:

2. presentklasse:

द्विष्

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
द्विष्यात्
(dviṣ-yā-t)
द्विष्युर्
(dviṣ-y-ur)
3e persoon
Ātmanepada
द्विषीत
(dviṣ-ī-ta)
द्विषीरन्
(dviṣ-ī-ran)

5. presentklasse

सु

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
सुनुयात्
(sunu-yā-t)
सुनुयुर्
(sunu-y-ur)
3e persoon
Ātmanepada
सुन्वीत
(sunu + ī + ta)
सुन्वीरन्
(sunu + ī + ran)

8. presentklasse

तन्

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
तनुयात्
(tanu-yā-t)
तनुयुर्
(tanu-y-ur)
3e persoon
Ātmanepada
तन्वीत
(tanu + ī + ta)
तन्वीरन्
(tanu + ī + ran)

kṛ :br(कृ)

Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon
Parasmaipada
कुर्यात्कुर्युर्
3e persoon
Ātmanepada
कुर्वीतकुर्वीरन्
Enkelvoud
एकवचन
Meervoud
बहुवचन
3e persoon Parasmaipadaक्रीणीयात्
(krīṇī-yā-t)
क्रीणीयुर्
(krīṇī-y-ur)
3e persoon Ātmanepadaक्रीणीत
(krīṇ-ī-ta)
क्रीणीरन्
(krīṇ-ī-ran)

30.5. Sandhi van de uitluidende -r

Behalve voor -ar gelden voor de uitluidende -r dezelfde Sandhi-regels als voor de uitluidende -s.

-ar voor stemhebbende klanken blijft -ar, maar voor r- valt de -r weg en wordt de -a- door -ā- vervangen.

Voorbeelden:

भवेयुर् + » भवेयुश्च पुनर् + अग्निः » पुनरग्निः पुनर् + रोदिति » पुना रोदिति

30.6. Woordenlijst

क्री 9U क्रीणाति : kopen

Fut. क्रेष्यति
Pass. क्रीयते
PPP क्रीत
Inf. क्रेतुम्

क्री + विविक्रीणीते : verkopen

Absol. विक्रीय


Afb.: क्रीणन्ति विक्रीणते च
Bundi = बुन्दी, Rajasthan = राजस्थान
(Afbeeldingsbron: Details)

ज्ञा 9U जानाति : kennen, herkennen, weten, begrijpen

Fut. ज्ञास्यति
Pass. ज्ञायते
Kaus. ज्ञापयति
Kaus. PPP ज्ञप्त / ज्ञापित
PPP ज्ञात
Inf. ज्ञातुम्

daarvan:

ज्ञाति m.: (bloed)verwant (verwanten zijn degenen die men kent!)

ज्ञान n.: inzicht, kennis, het kennen (m.n. de "hogere" waarheden in religie en filosofie)


Afb.: ज्ञातयः
Darewadi, Ahmed Nagar District = अहमदनगर, Maharashtra = महाराष्ट्र
(Afbeeldingsbron: Details)

पू 9U पुनाति : reinigen

Fut. पविष्यति
Pass. पूयते
Kaus. पावयति
PPP पूत
Inf. पवितुम्


Afb.: श्रोत्राणि पुनाति
(Afbeeldingsbron: Details)

अश् 9P अश्नाति : eten, verteren

Fut. अशिष्यति
Pass. अश्यते
Kaus. आशयति
PPP अशित
Inf. अशितुम्


Afbeelding: अश्नीयात् थाली, Zuid-India
(Bron afbeelding: Details)

प्रिय ३: lief, liefhebbend, vriendelijk


Afbeelding: प्रिया
(Bron afbeelding: Details)

चेत् Conjunctie: indien; mits, dat (staat nooit aan het begin van een zin)

न चेत् : indien niet

यदि Conjunctie: indien

यद्यपि : hoewel, zelfs indien, ofschoon

यद्येवम् : indien het zo is, onder deze omstandigheden

पुनर् : weder, steeds weer, terug, nogmaals, daarentegen, maar

पुनः पुनर् : steeds weer

daarvan:

पुनर्भव m.: wedergeboorte


Afbeelding: पुनर्भवः
(Bron afbeelding: Details)

जीव् 1P जीवति : leven

Fut. जीविष्यति
Pass. जीव्यते
Kaus. जीवयति
PPP जीवित : levend
Inf. जीवितुम्

daarvan:

जीव m./n.: leven, individuele ziel

सनातन ३ v.: सनातनी : eeuwig, onvergankelijk, bestendig

30.7. Oefening

A) Wandel de volgende werkwoordsvormen om in de overeenkomstige optatiefvormen naar persoon, getal en genus verbi:

  1. ह्रियते
  2. ध्नन्ति
  3. स्मरति
  4. स्थापयन्ति
  5. स्तौति
  6. सर्ज्यते
  7. सुन्वन्ति
  8. सिञ्चति
  9. शृणोति
  10. शक्नुवन्ति
  11. वर्तन्ते
  12. वेशयन्ति
  13. वस्ते
  14. उष्यते
  15. वाद्यते
  16. उच्यते
  17. लम्भ्यते
  18. रक्षयन्ति
  19. युध्यते
  20. इज्यते
  21. म्रियते
  22. मुञ्चन्ति
  23. मन्यन्ते
  24. भवति
  25. भजन्ति
  26. ब्रवीति
  27. बुध्यते
  28. पृच्छन्ति
  29. पुनाति
  30. पाति
  31. पीयते
  32. पद्यते
  33. पतति
  34. पाचयन्ति
  35. नृत्यन्ति
  36. नीयते
  37. द्विषते
  38. पश्यन्ति
  39. दोग्धि
  40. दुष्यति
  41. देशयन्ति
  42. दहति
  43. तनुते
  44. जानाति
  45. जानते
  46. जयन्ति
  47. जायन्ते
  48. चोर्यते
  49. चारयति
  50. गच्छन्ति
  51. खाद्यते
  52. क्रीणीते
  53. क्रियते
  54. कोपयति
  55. कामयते
  56. इच्छति
  57. आययन्ति
  58. आस्यते
  59. आप्नुवते
  60. अस्यते
  61. सन्ति
  62. अश्नुते
  63. अर्हति
  64. अदन्ति
  65. अध्यापयन्ति

B) Vertaal de volgende zinnen en ontbinden de samenstellingen in het Sanskriet:

जना आर्यसत्यानि जानीयुरिति सुगतेनार्याणां सुखाय जना धर्मं ज्ञाप्यन्ते ॥१॥ ये नरा देवान्न यजेरन्व्रतानि च न चरेयुरनृतं च वदेयुरधर्मं च कुर्युस्ते सुखं नाप्नुयुर्मृत्वा च नरकं पतेयुः ॥२॥ ज्ञातिरागच्छेतितीष्ट्वार्यपुत्रो ज्ञातिं दासमाययति ॥३॥ अन्नलोभाद्दुःखं जायेतेति प्राप्तज्ञानः सुफलानि नाश्नाति ॥४॥ क्रयेण च विक्रयेण च वैश्या जीवेयुरिति वैश्यधर्मः । एवं सति वैश्यपुत्राः क्रीणन्ति विक्रीणते च ॥५॥ कृतपापो नरश्चेन्नरके पापात्पूतः स्यात्पुनर्भवं गच्छेत् ॥६॥ ब्राह्मणपुत्रा वेदाध्यायांश्च स्मृत्यध्यायांश्च पुनः पुनरधीयीरन्नित्यार्यधर्मः ॥७॥ यो ब्राह्मणः शूद्रां कामयेत स सद्ब्राह्मणो न स्यात् । सद्ब्राह्मणो हि ब्राह्मणीं कामयेत ॥८॥ सत्यं ब्रूयात्प्रियं ब्रूयान्न ब्रूयात्सत्यमप्रियम् । प्रियं च नानृतं ब्रूयादेष धर्मः सनातनः ॥९॥ ॥मनुस्मृति ४.१३८॥

30.8. Herhalingsoefening voor de vormleer

Bepaal en vertaal de volgende woordvormen:

  1. भारे
  2. अध्ययनम्
  3. वस्तुतस्
  4. वस्त्राणि
  5. प्रतिमया
  6. आचाराय
  7. आचार्यैः
  8. अश्वेषु
  9. ताम्
  10. वृत्त्यै
  11. चरितस्य
  12. अर्हता
  13. शक्तीः
  14. कामम्
  15. भिक्षवे
  16. भगवद्गीतायाम्
  17. भगवति
  18. भक्त्याः
  19. स्थानात्
  20. स्थित्या
  21. मात्रायै
  22. प्रभृतौ
  23. हस्तेन
  24. आदेः
  25. दिष्टिम्
  26. रुद्रः
  27. मृत्यौ
  28. मृतिः
  29. द्विजातये
  30. जातिभिः
  31. व्याघ्रान्
  32. पूजाः
  33. शत्रोः
  34. उक्तिभ्यः
  35. महान्ति
  36. महति
  37. सा
  38. तस्यै
  39. तस्मिन्
  40. सते

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village