Skip to content

Les 10

10.1. De passieve zin

Schema:
(Agent - kartṛ - in de instrumentalis (tṛtīyā)) - (direct object - karman - in de nominativ) - passieve werkwoordsvorm

bijv. brāhmaṇena deva ijyate = ब्राह्मणेन देव इज्यते = "Een brahmaan vereert een god met een offer" (letterlijk: "Een god wordt door een brahmaan met een offer vereerd.")

Deze zin is volledig (!) betekenisgelijk met de zin:
brāhmaṇo devaṃ yajati / yajate = ब्राह्मणो देवं यजति / यजते

In de passieve zin staat de agent (kartṛ) in de instrumentalis (tṛtīyā v. "derde naamval"), het directe object (karman o.) in de nominativus (prathamā v.).
Passieve zinnen waarin de agent niet wordt benoemd, hebben meestal een onpersoonlijke betekenis ("men"):
bijv. ijyate = इज्यते "Men offeret" (letterlijk: "het wordt met een offer vereerd").

Zelfs als de bijbehorende actieve zin een accusativus (dvitīyā) van het doel zou bevatten, kan deze in de passieve zin in de nominativus (prathamā) worden geplaatst:

Aan de actieve zin rāmo grāmaṃ gacchati = रामो ग्रामं गच्छति = "Rāma gaat naar het dorp." komen de passieve zinnen overeen:
rāmeṇa grāmaṃ gamyate = रामेण ग्रामं गम्यते
alternatief: rāmeṇa grāmo gamyate = रामेण ग्रामो गम्यते

Intransitieve werkwoorden (werkwoorden zonder direct object) hebben vaak passieve constructies, vooral ook in beleefde verzoeken:
praviśyatām = प्रविश्यताम् = "Men moge binnentreden = Gelieve binnen te treden = Binnen!"
niṣadyatām = निषद्यताम् = "Men moge gaan zitten = Gelieve te gaan zitten = Neem alstublieft plaats"

Sanskrit-passiefconstructies zijn uiterst frequent: het passief is immers ook makkelijker te vormen dan bijvoorbeeld talrijke tegenwoordige stamvormen.

Sanskrit-passiefzinnen mogen in het Duits over het algemeen niet door een Duitse passiefzin worden weergegeven, omdat het Duitse passivum een geheel andere stilistische functie heeft.

10.2. De Instrumentalis (tṛtīyā f. = तृतीया = "derde kasusuitgang")

De reguliere uitgangen van de Instrumentalis (tṛtīyā):
Enkelvoud: -ā
Meervoud: -bhis

Regelmatige vormen:

Instrumentalis EnkelvoudInstrumentalis Meervoud
Vrouwlijk geslacht op -i
śruti
श्रुति
śruty-ā
श्रुत्या
śruti-bhis
श्रुतिभिस्
Vrouwlijk geslacht op -ī
devī
देवी
devy-ā
देव्या
devī-bhis
देवीभिस्
Vrouwlijk geslacht op -u
dhenu
धेनु
dhenv-ā
धेन्वा
dhenu-bhis
धेनुभिस्

Onregelmatige vormen (Enkelvoud):

Instrumentalis EnkelvoudInstrumentalis Meervoud
Mannelijk geslacht op -i
kavi
कवि
kavi-n-ā
कविना
kavi-bhis
कविभिस्
Mannelijk geslacht op -u
paśu
पशु
paśu-n-ā
पशुना
paśu-bhis
पशुभिस्
Vrouwlijk geslacht op -ā
devatā
देवता
devat-ay-ā
देवतया
devatā-bhis
देवताभिस्

Mannelijk geslacht en onzijdig geslacht op -a (onregelmatig in enkelvoud en meervoud):

Instrumentalis EnkelvoudInstrumentalis Meervoud
Mannelijk geslacht op -a
deva
देव
devena
देवेन
devais
देवैस्
Onzijdig geslacht op -a
phala
फल
phalena
फलेन
phalais
फलैस्

Vragewoorden kim:

Instrumentalis enkelvoudInstrumentalis meervoud
Maskulinum / Neutrumkena
केन
kais
कैस्
Femininumkayā
कया
kābhis
काभिस्

Demonstratieve voornaamwoorden:

VoornaamwoordGenusInstrumentalis enkelvoudInstrumentalis meervoud
tad
"hij, zij, het; de" (genoemd)
तद्
M/Ntena
तेन
tais
तैस्
Vtayā
तया
tābhis
ताभिस्
etad
"deze, deze, dit" (aan de spreker zeer nabij)
एतद्
M/Netena / enena
एतेन / एनेन
etais
एतैस्
Vetayā / enayā
एतया / एनया
etābhis
एताभिस्
idam
"deze, deze, dit" (nabij)
इदम्
M/Nanena / enena
अनेन / एनेन
ebhis
एभिस्
Vanayā / enayā
अनया / एनया
ābhis
आभिस्

10.2.1. Over het gebruik van de Instrumentalis (tṛtīyā = तृतीया)

De Instrumentalis (tṛtīyā) staat voornamelijk op de vragen:
Waar door?
Met wat?
Met wie?

Hij staat

  1. in passieve zinnen: Agens (kartṛ) in de Instrumentalis
  2. om het middel of gereedschap aan te geven, waarmee iets wordt volbracht
  3. om de weg aan te geven, waarop iemand ergens komt
  4. om de verbinding, vereniging, begeleiding van uit te drukken
  5. bij postposities in de betekenis "samen met, met"; bijv. saha = सह = "met" :brbijv.:br brāhmaṇena saha = ब्राह्मणेन सह = "gezamenlijk met de brahmaan"

Verdere toepassingen van de instrumentalis (tṛtīyā) volgen later.

10.3. De zogenaamde cerebralisatiewet voor -n- (een woordverbinding)

Een -n-, gevolgd door een klinker of n, m, y, v, wordt vervangen door -ṇ- wanneer ṛ, ṝ, r, ṣ in het woord voorafgaan aan de -n- of als er geen andere klank dan klinkers, gutturalen, labialen, y, v, h of anusvāra tussen deze klanken en de daaropvolgende -n- in het woord staat.

Daarom:

Instrumentalis enkelvoud
guru
गुरु
guruṇā
गुरुणा
śūdra
शूद्र
śūdreṇa
शूद्रेण
īśvara
ईश्वर
īśvereṇa
ईश्वरेण
kṣatriya
क्षत्रिय
kṣatriyeṇa
क्षत्रियेण
naraka
नरक
narakeṇa
नरकेण

Zo kan ook de -ṇ- worden verklaard in:

śravaṇa श्रवण

śṛṇoti शृणोति

kāraṇa कारण

brāhmaṇa ब्राह्मण

10.4. De passieve vorm, indicatief tegenwoordige tijd (yak = यक्)

Vorming:
(meestal) laagste stam + -ya- + Ātmanepada-uitgang

bijv.

Wortel
धातु
3e pers. enkelvoud passief tegenwoordige tijd indicatief
यक् लट्
3e pers. meervoud passief tegenwoordige tijd, indicatief
यक् लट्

1 U
(nayati)
nīyate
(नीयते)
"hij wordt geleid"
nīyante
(नीयन्ते)
man
4 Ā
(manyate)
manyate
(मन्यते)
"hij wordt gedacht"
manyante
(मन्यन्ते)
viś
6 P
(viśati)
viśyate
(विश्यते)
"het wordt betreden"
viśyante
(विश्यन्ते)

Let op dat bij werkwoorden van de 4e presentia-klasse het Ātmanepada en het passief identieke vormen hebben! Of Ātmanepada of passief voorligt, kan in dit geval alleen uit de zinsconstructie worden afgeleid.

10.4.1. Bijzondere regels voor de vorming van het passief

  1. Stammen op -i of -u verbreden hun klinker voor het passiefsuffix -ya-:

    • ji 1 P: jīyate, jīyante :brजीयते, जीयन्ते
    • śru 5 P: śrūyate, śrūyante :brश्रूयते, श्रूयन्ते
    • su 5 U: sūyate, sūyante :brसूयते, सूयन्ते
  2. Stammen met -a- tussen medeklinkers (behalve nasalen, y, r, v) blijven hooggetoond:

    • labh 1 Ā: labhyate, labhyante :brलभ्यते, लभ्यन्ते
  3. Enkele stammen vormen hun passief hooggetoond (of in de ablautfase van de presentiestam):

    • āp 5 P: āpyate, āpyante :brआप्यते, आप्यन्ते
    • khād 1 P: khādyate, khādyante :brखाद्यते, खाद्यन्ते
    • smṛ 1 P: smaryate, smaryante :brस्मर्यते, स्मर्यन्ते
  4. Laagfase van werkwoorden die beginnen met ya, va, ra, respectievelijk waarbij deze klanken na een andere medeklinker staan (Samprasāraṇa = सम्प्रसारण):

| Stam:brधातु । Laagfase:brसम्प्रसारण । Passief:brयक् ।
| :--- | :--- | :--- |
| yaj 1 U:brयज् । *yj » ij | ijyate :brइज्यते:br ijyante :brइज्यन्ते ।
| vad 1 P:brवद् । *vd » ud | udyate :brउद्यते:br udyante :brउद्यन्ते ।
| prach 6 P:brप्रच्छ् । *prcch » pṛcch | pṛcchyate :brपृच्छ्यते:br pṛcchyante :brपृच्छ्यन्ते ।
De traditionele inheemse benaming voor deze vorming van de lage trap bij werkwoorden met ya of va is Samprasāraṇa (नपुंसकम् = सम्प्रसारण).

  1. **Een -ṛ aan het einde van een woord na een enkele medeklinker wordt vóór het passiefsuffix -ya- vervangen door -ri-:

    • kṛ 8 U: kriyate, kriyante :brक्रियते, क्रियन्ते
    • Maar: smṛ 1e persoon: smaryate :brस्मर्यते
  2. Sommige stamwoorden op -an hebben twee alternatieve passieve stamvormen:

    • een -an-ya
    • een -ā-ya- (de lange ā staat voor een hypothetische lange nasale klank)

    bijv. tan 8 U.

    • tan-ya-te, tan-ya-nte :brतन्यते, तन्यन्ते
    • tā-ya-te, tā-ya-nte :brतायते, तायन्ते (afgeleid van *tn-ya-nte)

10.5. Woordenlijst

Leer de volgende woorden:

  • gṛha n. गृह : huis

  • grāma m. ग्राम : dorp

  • nagara n. नगर : stad

    Zie voor het leven in steden en dorpen Basham, Wonder, hoofdstuk 6.

  • yajña m. यज्ञ : offer

    Het offer is in India in de eerste plaats een verering van de godheid als gast. Hierdoor verbindt men zich aan de godheid.

    Woordvorming: yaj 1 U + kṛt-achtervoegsel -na-.

  • puṇya zn. पुण्य : goede daad, verdienste

    Waarmee men welzijn en goede wedergeboorten verdient.

  • pāpa zn. पाप : slechte daad, kwaad (tegenstelling tot puṇya)

  • satya zn. सत्य : waarheid

In India schreef men toverkracht toe aan het ware woord; ja, de hele wereldorde wordt door het ware woord in stand gehouden en geschapen. Zie voor deze belangrijke opvatting het fundamentele werk:

Lüders, Heinrich (1869–1943): Varuna / Heinrich Lüders. Uit d. nal. uitg. door Ludwig Alsdorf. - Göttingen : Vandenhoeck & Ruprecht. -- Deel 2: Varuna en het Ṛta. -- 1959. -- XXIII blz., blz. 340 - 764


Afb.: वरुणः
(Bron afbeelding: Details)

anṛta n. अनृत : onwaarheid, leugen (tegenstelling tot satya)

Woordvorming an- („on-“) + ṛta n.

ṛta is een centraal begrip in de Veda, waarvan de vertaling omstreden is: „waarheid“ (Lüders, Thieme), „orde“ (Renou).

ṛṣi m. ऋषि : vedische wijze, dichter van vedische liederen

De namen van deze ṛṣis worden genoemd in de Brāhmaṇas alsook in eigen registers bij de Veda's. Alle brahmanen leiden hun afkomst af van zulke ṛṣis, naar wie hun gotra (गोत्र) genoemd zijn. Voor het begrip gotra zie Basham, Wonder, hfdst. 5.


Afb.: विश्वामित्रः
(Bron afbeelding: Details)

vad 1 P (vadati) वद् वदति : zeggen, spreken
prach 6 P (pṛcchati !) प्रच्छ् पृच्छति : vragen (iemand: acc.; naar iets: acc.)
saha सह : samen met, gezamenlijk met (ook bij „vechten met“ enz.) (postpositie met instrumentalis)

10.6. Oefening

A) Vorm de passief bij de volgende werkwoordsvormen (met vertaling van de werkwoordsvorm):

  1. sṛjati (सृजति)
  2. yudhyate (युध्यते)
  3. bhavanti (भवन्ति)
  4. yajati (यजति)
  5. nṛtyati (नृत्यति)
  6. nayanti (नयन्ति)
  7. smarati (स्मरति)
  8. śṛṇvanti (शृण्वन्ति)
  9. paśyati (पश्यति) (de passief wordt van dṛś gevormd!)
  10. jayanti (जयन्ति)
  11. kurvate (कुर्वते)
  12. āpnuvanti (आप्नुवन्ति)
  13. viśati (विशति)
  14. khādanti (खादन्ति)
  15. sunoti (सुनोति)
  16. gacchati (गच्छति)
  17. manyante (मन्यन्ते)
  18. labhante (लभन्ते)
  19. rakṣanti (रक्षन्ति)
  20. vadanti (वदन्ति)
  21. pṛcchanti (पृच्छन्ति)
  22. tanvanti (तन्वन्ति) (2 vormen!)

B) Vorm de instrumentalis singular en plural voor alle tot nu toe geleerde naamwoorden.

C) Zet de volgende zinnen in het passief en vertaal ze:

  1. brāhmaṇo devīm yajati. (ब्राह्मणो देवीं यजति)
  2. sādhuḥ svargaṃ gacchati. (साधुः स्वर्गं गच्छति)
  3. śūdraṃ jayati. (शूद्रं जयति)
  4. guruḥ phalāni khādati. (गुरुः फलानि खादति)
  5. gurūñchṛṇoti. (गुरूञ्छृणोति)
  6. ko 'gniṃ paśyati. (को ऽग्निं पश्यति)
  7. ayaṃ kavirmantraṃ smarati. (अयं कविर्मन्त्रं स्मरति)
  8. iyaṃ devī kṣatriyā rakṣati. (इयं देवी क्षत्रिया रक्षति)
  9. kṣatriyā viṣṇuṃ yajante. (क्षत्रिया विष्णुं यजन्ते) (2 mogelijkheden)
  10. brāhmaṇo 'gniṃ karoti. (ब्राह्मणो ऽग्निं करोति)
  11. vaiśyā imaṃ grāmaṃ gacchanti. (वैश्या इमं ग्रामं गच्छन्ति) (2 mogelijkheden)
  12. ete gurūṃstu śṛṇvanti. (एते गुरूंस्तु शृण्वन्ति)
  13. sādhuḥ svargamāpnoti. (साधुः स्वर्गमाप्नोति)
  14. brāhmāṇāḥ somaṃ sunvanti. (ब्राह्मणाः सोमं सुन्वन्ति)
  15. paśūllabhate. (पशूल्लभते)
  16. ke yodhāḥ kṣatriyaiḥ saha yudhyante. (के योधाः क्षत्रियैः सह युध्यन्ते)

D) Vertaal naar het Sanskriet:

  1. Een brahmaan gaat met een vaiśya naar het dorp.
  2. Hij vereert Viṣṇu met een offer. (Offer uitdrukken als yajña!)
  3. De Veda wordt śruti genoemd. (vad)
  4. Men spanwt de schering op. (2 mogelijkheden)


Afbeelding: तन्तुवायः
(Bron afbeelding: Details)

  1. Leraren vragen. (Passieve constructie)
  2. Het oog leidt. (Passieve constructie)
  3. De dichter ziet een godheid. (Passieve constructie)
  4. Wie (v.) hoedt het meisje? (Passieve constructie)
  5. De kṣatriya vereert de HERR met een offer. (Passieve constructie, zonder het woord yajña te gebruiken)
  6. Door vrijgevigheid bereikt een aanhanger van de Boeddha een hemel.

10.7. Woordenlijst 2

makṣikā v. मक्षिका : vlieg, bij
vraṇa m. व्रण : wond, fout, schade
dhana n. धन : loon, geld, rijkdom, bezit
iṣ 6 P (icchati) इष् इच्छति : wensen
pārthiva m. पार्थिव : koning
nīca 3 नीच : laag, diep
kalaha m. कलह : ruzie, twist
śānti f. शान्ति : ophouden, rust, vrede
śam 4 P (śāmyati !) शम् शाम्यति : rustig zijn, rustig worden
nara m. नर : man, mens
lubh 4 P (lubhyati) लुभ् लुभ्यति : begeeren
sūkta 3 सूक्त : goed gezegd, mooi gesproken; n. lied
śiṣya m. शिष्य : leerling
atra अत्र : hier
tatra तत्र : daar
bhānu m. भानु : glans, zon
vand 1 Ā (vandate) वन्द् वन्दते : groeten, eren
vṛṣ 1 P (varṣati) वृष् वर्षति : regenen
nṛpa m. नृप : koning, vorst
kṣīra n. क्षीर : melk
mārga m. मार्ग : weg
evam एवम् : zo
iha इह : hier
śubh 1 Ā (śobhate) शुभ् शोभते : mooi zijn, schitteren

10.8. Lees- en vertaaloefening

Lees en vertaal en zet om in het passief:

क १.

मक्षिका व्रणमिच्छन्ति धनमिच्छन्ति पार्थिवाः ।
नीचाः कलहमिच्छन्ति शान्तिमिच्छन्ति साधवः ॥

. नरान्सृजति देवः । |
. कवयो धनं लुभ्यन्ति । |
. ऋषयः सूक्तानि पश्यन्ति । |
. विष्णुमृषिर्यजति । |
. गुरूञ्शिष्यांश्च पश्यति । |
. स्वर्गं लभन्ते । |
. अत्रर्षिर्भानुं वन्दते । |
. ग्रामं गच्छन्ति । |
१०. दानानि वर्षन्ति नृपाः ॥

ख १. सदा देवान्स्मरन्ति । |
. ऋषिभी रामो वसति । |
. हरिं क्षीरेण यजति । |
. मार्गेण ग्रामं गच्छन्ति । |
. धनेन सुखमिच्छन्ति नराः । |
. एवं वदन्ति । |
. शान्त्यर्षय इह शोभन्ते । |
. कपयः फलानि खादन्ति । |
. गजो गच्छति । |
१०. हरिर्गृहं गच्छति । |
११. सारथी रथं नयति ॥

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village