🇳🇱 NL - Nederlands
🇳🇱 NL - Nederlands
Weergave
🇳🇱 NL - Nederlands
🇳🇱 NL - Nederlands
Weergave
विद्या ददाति विनयं विनयाद्याति पात्रताम् । पात्रत्वाद्धनमाप्नोति धनाद्धर्मं ततः सुखम् ॥१॥ सुखार्थी चेत्त्यजेद्विद्यां विद्यार्थी चेत्त्यजेत्सुखम् । सुखार्थिनः कुतो विद्या कुतो विद्यार्थिनः सुखम् ॥२॥ आचार्यात्पादमादत्ते पादं शिष्यः स्वमेधया । पादं सब्रह्मचारिभ्यः पादं कालक्रमेण च ॥३॥

Afb.: पादं सब्रह्मचारिभ्यः
(Afbeeldingsbron: Details)
Uitgangen van de eerste persoon (तृतीयः) in het perfectum (लिट्)
| परस्मैपदम् | ← | आत्मनेपदम् | ← |
|---|---|---|---|
| एकवचनम् | बहुवचनम् | एकवचनम् | बहुवचनम् |
| -a | -ma | -e | -mahe |
Merk op dat de uitgangen van de 1. persoon enkelvoud P,Ā identiek zijn aan die van de 3. persoon enkelvoud. Daarom zijn in alle perfectumtypen behalve type III(a,b) en type V(a,b,c) de vormen van de 1. enkelvoud P respectievelijk Ā altijd identiek aan die van de 3. enkelvoud P respectievelijk Ā.
Bij type IV eindigt de 1. enk. P. net als de 3. enk. P. op -au.
Bij de perfectumtypen III en V is de 1. enkelvoud Ā altijd identiek aan de 3. enkelvoud Ā.
Bij de perfectumtypen III en V zijn de 1. enkelvoud P en de 3. enkelvoud P naar keuze identiek: de 3. enk. P. moet bij deze vormingstypen altijd de verlengde trap hebben, de 1. enk. P. kan naar keuze de hoge trap of de verlengde trap hebben.
Voor medeklinkerstartende uitgangen treedt bij het merendeel van de wortels de verbale klinker -i- op.
Behalve voor de uitgang -re, waar altijd -i- moet verschijnen (de verbale klinker voor medeklinkerstartende uitgangen komt namelijk nooit voor bij acht wortels op -ṛ resp. -u), nl.
Bij zogenaamde facultatieve अनिट्-wortels kan de verbale klinker optioneel worden ingevoegd of juist niet. (Opsomming van deze wortels bij Kielhorn, Grammatik blz. 92 § 298b,2,3)
1.sg. = 3.sg.
Werkwoorden die dit type volgen:
बन्ध् 9P
जीव् 1P
अश् 5Ā
अस् 2P en अस् 4P
Werkwoorden die dit type volgen:
भिद् 7U
1.sg.P बिभेद
1.pl.P बिभिदिम
1.sg.Ā बिभिदे
1.pl.Ā बिभिदिमहे
मुह् 4P facultatief अनिट्
1.sg.P मुमोह
1.pl.P मुमुहिम । मुमुह्म
1.sg.P optioneel hoogtraps of verlengdtraps
Werkwoorden die dit type volgen:
इ 2P
1.sg.P इयाय । इयय (i+e+a)
1.pl.P ईयिम (i+iy+i+ma)
नी 1U
1.sg.P निनाय । निनय
1.pl.P निन्यिम (ni-nī + i + ma !!!)
1.sg.Ā निन्ये
1.pl.Ā निन्यिमहे
स्तु 2U strikt अनिट्
1.sg.P तुष्टाव । तुष्टव (tu-sto + a)
1.pl.P तुष्टुम
1.sg.Ā तुष्टुवे
1.pl.Ā तुष्टुमहे
कृ 8U strikt अनिट्
1.sg.P चकार । चकर
1.pl.P चकृम
1.sg.Ā चक्रे
1.pl.Ā चकृमहे
Werkwoorden die dit type volgen:
पॄ 3P
1.sg.P पपार । पपर
1.pl.P पपरिम
स्मृ 1P
1.sg.P सस्मार । सस्मर
1.pl.P सस्मरिम
संस्कृ 8U
1.sg.P सञ्चस्कार । सञ्चस्कर
1.pl.P सञ्चस्करिम
1.sg.Ā सञ्चस्करे
1.pl.Ā सञ्चस्करिमहे
दा 3U
1.sg.P ददौ
1e pers. meervoud ददिम (da-d-i-ma)
1e pers. enkelvoud ददे
1e meervoud Ā ददिमहे
1e pers. enkelvoud voltooid, naar keuze hoogtoon of langtoon
Werkwoorden die aan dit type voldoen:
गम् 1P
1e pers. enkelvoud जगाम । जगम
1e pers. meervoud जग्मिम (ja-gm-i-ma)
हन् 2P
1e pers. enkelvoud जघान । जघन
1e meervoud, passief जघ्निम
जन् 4Ā
1e pers. enkelvoud Ā जज्ञे
1e pers. meervoud Ā जज्ञिमहे
वच् 2P
1e pers. enkelvoud उवाच । उवच
1e pers. meervoud ऊचिम (u + uc-ima)
वद् 1P (Ā)
1e pers. enkelvoud उवाद । उवद
1e mv.P ऊदिम
1e enkelvoud Ā ऊदे
1e persoon meervoud Ā ऊदिमहे
यज् 1U
1e pers. enkelvoud इयाज । इयज
1e pers. meervoud ईजिम
1e pers. enkelvoud Ā ईजे
1e pers. meervoud Ā ईजिमहे
पच् 1U
1e pers. enkelvoud पपाच । पपच
1e pers. meervoud पेचिम
1e pers. enkelvoud Ā पेचे
1e pers. meervoud Ā पेचिमहे
Werkwoorden die aan dit type voldoen:
क्रम् 1U
1e pers. enkelvoud tegenwoordige tijd चक्राम । चक्रम
1.fl.P चक्रमिम
1.ev.Ā चक्रमे
1.fl.Ā चक्रमिमहे
विद् 2P presentisch Perfectum:
1.ev.P वेद (= 3.ev.P)
1.fl.P विद्म
अह् 1. persoon niet gebruikelijk!
भू 1P
1.ev.P बभूव (= 3.ev.P)
1.fl.P बभूविम
जि 1P
1.ev.P जिगाय (= 3.ev.P) । जिगय
1.fl.P जिग्यिम (ji-gi + i + ma !)
Het perifrastische Perfectum wordt gevormd van:
ईक्ष् 1Ā
1.ev.Ā ईक्षां चक्रे । ईक्षामास । ईक्षां बभूव
1.fl.Ā ईक्षां चकृमहे । ईक्षामासिम । ईक्षां बभूविम
बन्ध् Kausativum P: बन्धयति
1.ev.P बन्धयां चकर । बन्धयां चकार (= 3.ev.P) । बन्धयामास (= 3.ev.P) । बन्धयां बभूव (= 3.ev.P)
1.pl.P बन्धयां चकृम । बन्धयामासिम । बन्धयां बभूविम
Aangezien een finiet werkwoord (vervoegd werkwoord) de agens (कर्तृ) meedrukt, hoeven het "ik", "wij" in niet-passieve verbale zinnen met een finiet werkwoord niet extra door een persoonlijk voornaamwoord uitgedrukt te worden
De vorm van het persoonlijk voornaamwoord (persoonlijk naamwoord) is voor alle geslachten dezelfde.
| एकवचनम् "ik" | बहुवचनम् "wij" | |
|---|---|---|
| प्रथमा | अहम् | वयम् |
| द्वितीया | माम् / मा | अस्मान् / नस् |
| तृतीया | मया | अस्माभिस् |
| चतुर्थी | मह्यम् / मे | अस्मभ्यम् / नस् |
| पञ्चमी | मत् | अस्मत् |
| षष्ठी | मम / मे | अस्माकम् / नस् |
| सप्तमी | मयि | अस्मासु |
De kortere vormen, die hierboven op de tweede plaats staan (मा, मे, नस्) mogen nooit aan het begin van een zin of vers gebruikt worden.
Vóór de partikels च, वा, एव mogen deze zgn. enclitische vormen ook niet gebruikt worden:
alleen: ... मां च ... "en mij"
De genitief (षष्ठी) van de persoonlijke voornaamwoorden wordt als bezittelijk voornaamwoord gebruikt:
मम । मे = "mijn"
अस्माकम् । नस् = "ons"
Als voorglid van samenstellingen staan voor deze voornaamwoorden de stammen:
bijv. मत्पुस्तकम् "mijn boek" ; अस्मद्पुस्तकानि "onze boeken"
पात्र n.: Eerbiedwaardige, Meester, Verhevene
मेधा f.: Wijsheid, Verstand, Gedachte
पुस्तक m.n.: Manuscript, Boek
कॢप् 1Ā कल्पते : in goede orde zijn, passen bij (Loc.) ; zich vormen, ontstaan ; besluiten tot, zich neerleggen bij (Datief)
Perf. II चकॢपे facultatief अनिट्
Fut. कल्पिष्यते । कल्प्स्यते
Kaus. कल्पयति : in orde brengen, creëren, in de verbeelding vormen, zich inbeelden
PPP कॢप्त
Inf. कल्पितुम् । कल्प्तुम्
daarvan:
कल्पना f.: Het vormen in gedachten, het aannemen van iets dat niet bestaat in de werkelijkheid, fictie
कॢप् + वि Kaus. विकल्पयति : (zich verschillend voorstellen =) ter discussie stellen, betwijfelen
daarvan:
विक्ल्प m.: Alternatief, twijfel
तुद् 6U तुदति : slaan
Perf. II तुतोद, तुतुदुर्
Fut. तोत्स्यति
Pass. तुद्यते
Kaus. तोदयति
PPP तुन्न (tud + na)
Inf. तोत्तुम्
तॄ 1P तरति : oversteken, overschrijden, zich redden voor iemand (Akk. = iemands oversteken)
Perf. IIIb ततार, ततरुर् । तेरुर्
Fut. तरिष्यति । तरीष्यति
Pass. तीर्यते
Kaus. तारयति
PPP तीर्ण
Inf. तरितुम् । तरीतुम्
daarvan:
तीर्थ n.: Oversteekplaats, heilige badplaats, pelgrimsoord

Afb.: हरिद्वारे तीर्थम्
(Bron afbeelding: Details)
तीर्थङ्कर m. (uit: तीर्थम्+ कृ): Oversteekplaatsmaker (over het lijden heen) = de 24 leraren van de Jaina

Afb.: तीर्थङ्करः
(Afbeeldingsbron: Details)
अव Preverb.: neer, omlaag, weg, af-
तॄ + अव 1P अवतरति : afdalen
daarvan:
अवतार m.: (afdaler, afdaling) incarnatie van een god, m.n. Viṣṇu's 10 incarnaties (z. Basham, Wonder blz. 304 - 309)

Afb.: विष्णोर्दशावताराः
(Afbeeldingsbron: Details)
स्वप् 2P स्वपिति, स्वपन्ति : slapen, zich ter slaap leggen
Imperf. अस्वपीत् । अस्वपत्
Perf. सुष्वाप, सुषुपुर्
Fut. स्वप्स्यति
Pass. सुप्यते (uit *svp-ya-te)
Caus. स्वापयति
PPP सुप्त
Inf. स्वप्तुम्
daarvan:
स्वप्न m.: slaap, droom
सुप्ति f. (uit *svp-ti): slaap, m.n. diepe slaap

Afb.: स्वपन्ति
(Afbeeldingsbron: Details)
A) Vertaal de सुभाषितानि aan het begin van de les.
B) Zet de volgende werkwoordsvormen om in de overeenkomstige perfectumvormen. Bij meerdere mogelijkheden, geef alstublieft alle mogelijkheden.
(Legenda: अ = अनिट्, इ = facultatief अनिट्)