Skip to content

Les 42

42.1. Stammen op -ṛ

42.1.1. Stammen met versterkte graad in de sterke stam

Alle mannelijke zelfstandige naamwoorden op -ṛ, met uitzondering van de onder 1.3. genoemde verwantschapsaanduidingen. Hiervan maken ook de volgende verwantschapsaanduidingen deel uit:

  • नप्तृ m. "kleinzoon"
  • भर्तृ m. "gemaal (letterlijk: onderhouder)"

Het grootste deel van de hieronder vallende zelfstandige naamwoorden bestaat uit agentia op het कृत्-suffix -तृ.

Vorming:

  • Sterke stam: -ār
  • Zwakke stam
  • voor klinker: -r
  • voor medeklinker: -ṛ

Let op de onregelmatige vormen (gemarkeerd met rood)!

Manne geslacht:

दातृ m. "gever"

एकवचनम्बहुवचनम्
प्रथमादातादातारस्
द्वितीयादातारम्दातॄन्
तृतीयादात्रादातृभिस्
चतुर्थीदात्रेदातृभ्यस्
पञ्चमीदातुस्दातृभ्यस्
षष्ठीदातुस्दातॄणाम्
सप्तमीदातरिदातृषु

Voor de verklaring van de onregelmatige vormen zie Thumb-Hauschild I,2 blz. 76-81

Vrouwelijk geslacht:

स्वसृ v. wordt gedeclineerd zoals दातृ, met uitzondering van de accusatief (द्वितीया) meervoud: स्वसॄस्.

42.1.2. Nominaal vorming: कृत्-suffix -तृ

Met het zeer vaak voorkomende कृत्-suffix -तृ vormt men agentia (aanduidingen voor de कर्तृ) bij bijna elke wortel of causatieve stam.

Vorming:

  • Versterkte wortel + -tṛ

of

  • hoogtraps wortel / causatieve stam + i + tṛ

Voorbeelden:

कर्तृ m. "dader"

जेतृ m. "overwinnaar"

धातृ m. "schepper"

रक्षितृ m. "beschermer"

बोधयितृ m. "wekker"

lekt4201.jpg
Afb.: अयं बोधयिता
(Bron van de afbeelding: Details)

Zelden voorkomende onzijdige nomina op -तृ hebben deels een eigen declinatie (zie Kielhorn, Grammatica § 148).

Het femininum bij de stammen op -तृ luidt op -त्री (zoals देवी).

bijv. कर्त्री f. "pleegster"

42.1.3. Stammen met hoogtrap in de sterke stam

Hiertoe behoren de volgende verwantschapsbenamingen:

  • पितृ m. "vader"
  • मातृ f. "moeder"
  • दुहितृ f. "dochter"
  • भ्रातृ m. "broer"
  • देवृ m. "broer van de echtgenoot (zwager van de vrouw)"
  • यातृ f. "vrouw van de broer van de echtgenoot"
  • ननान्दृ f. "zus van de echtgenoot (schoonzus van de vrouw)"

Vorming:

  • sterke stam: -ar
  • zwakke stam
  • voor een vocaal: -r
  • voor een consonant: -ṛ

Voorbeelden:

पितृ m. "vader"

मातृ f. "moeder"

पुंस् (एकवचनम्)पुंस् (बहुवचनम्)स्त्री (एकवचनम्)स्त्री (बहुवचनम्)
प्रथमापितापितरस्मातामातरस्
द्वितीयापितरम्पितॄन्मातरम्मातॄस्
Rest zoals दातृ

42.1.4. Stammen op -ṛ in composita

Als voorlid van een compositum staan nomina op -ṛ vanzelfsprekend in hun zwakke stam, d.w.z.

  • voor medeklinker: -ṛ
  • voor klinker: -r

42.2. Woordenlijst

प्रकृति v.: (van कृ + प्र) grondvorm, natuurlijke staat, natuur; oermaterie, oorstof

अर्जुन m. eigennaam: Arjuna, een van de vijf zonen van पण्डु. Held in het महाभारत (zie Basham, Wonder blz. 409 - 414)

स्था + अवअवतिष्ठते : zich onthouden van, afstand nemen van, zich afzijdig houden, blijven staan

PPP अवस्थित 3: staande, zich bevindend

पुरा Adv.: eens, vroeger

अनेक 3: veel (niet een paar)

कुमार m.: prins

दूत m.: boodschapper, gezant

इष् (1,4,9) Kaus. इषयति : sturen

सकाश m.: aanwezigheid, tegenwoordigheid

शर m.: pijlsteel, pijl

बाण m.: pijl, doel

ज्ञा + प्रति 9U प्रतिजानाति : goedkeuren, beloven; Ā: antwoorden, bevestigen, beweren, erkennen

चल् 1P चलति : in beweging komen

Fut. चलिष्यति
Perf. Wv चचाल, चेलुर्
Pass. चल्यते
Kaus. चलयति । चालयति
PPP चलित
Absol. -चल्य
Inf. चलितुम्

अधिपति m. = राजन् आटोप m.: ijdelheid, trots

चिन्तापर 3: in gedachten verdiept

अन्तरे Adv.: ondertussen

लीला v.:  grap, spel

यावत् Adv.:  hoe lang, terwijl

तावत् Adv.: zo lang

द्विधा । द्वेधा Adv.: tweeledig, in twee delen

शंस् 1P शंसति : prijzen, gebieden

Fut. शंसिष्यति
Perf. I शशंस
Pass. शस्यते
Kaus. शंसयति
PPP शस्त
Absol. शसित्वा । शस्त्वा
Inf. शंसितुम्

हृदय n.: hart

42.2.1. Enkele verwantschapsaanduidingen

lekt4202.jpg
Afb.: माता, पिता, पुत्रकः
(Bron afbeelding: Details)

भर्तृ m. (bij भृ "dragen, onderhouden"): Onderhouder, Kostgever, Echtgenoot

भार्या f., जाया f. पत्नी f.: Echtgenote (भार्या = gerundivum bij भृ : wat gedragen moet worden, wat behouden moet worden, wat recht heeft op onderhoud)

पितृ m.: Vader

पितृ m. Meervoud: de overleden mannelijke voorvaderen, d.w.z.

  1. Vader, grootvader, overgrootvader
  2. de stamvaders van de mensheid

Aan beiden worden riten voltrokken, zgn. श्राद्ध n. Dagelijks worden aan telkens drie mannelijke voorvaderen (langs vaderszijde (en langs moederszijde)) water en bij bepaalde gelegenheden rijstbolletjes respectievelijk meelbolletjes (पिण्ड m. "bolletjes") aangeboden. Zo moeten de voorvaderen voedsel krijgen. De voltrekking van deze ceremonie is mede een reden waarom men als man een zoon dient te verwekken. Zij die door deze पिण्ड-gift verbonden zijn heten सपिण्ड (aan wie पिण्ड gemeenschappelijk is). सपिण्ड omvat zes generaties: drie achterwaarts (tot aan de overgrootvader) en drie voorwaarts (tot aan de achterkleinzoon).

तात m.: Papa

मातृ f.: Moeder

पुत्र m.: Zoon

दुहितृ f. सुता f.: Dochter

नप्तृ m.: Kleinzoon

भ्रातृ m.: Broer

स्वसृ f., भगिनी f.: Zuster

देवृ m.: Broer van de echtgenoot (zwager van de vrouw)

यातृ m.: Echtgenote van de broer van de echtgenoot

ननान्दृ f.: Zuster van de man

श्वसुर f.: Schoonvader (in oude tijd: alleen van de vrouw)

श्वस्रू f.: Schoonmoeder (declinatie volgt later)

मातुल m.: Moederbroer (oom langs moederszijde)

मातुलानी f.: Echtgenote van de moederbroer (vrouw van de moederbroer)

पितृव्य m.: Vaderbroer (oom langs vaderszijde)

पितामह m.: grootvader aan vaderskant

पितामही f.: grootmoeder aan vaderskant

मातामह m.: grootvader aan moederskant

मातामही f.: grootmoeder aan moederskant

42.3. Oefening

Vertaal:

प्रकृत्यैव यः कर्माणि क्रियमाणानि पश्यति स आत्मानमकर्तरं पश्यति ॥१॥ कृष्णस्तस्य लोकस्य पिता माता पितामहो धातास्ति ॥२॥

lekt4203.jpg
Afbeelding: कृष्णस्तस्य लोकस्य पिता माता पितामहो धातास्ति
(Bron afbeelding: Details)

आचार्याः पितरः पुत्राश्च पितामहाः श्वशुरा नप्तरो युद्धायावस्थिताः । एतान्न हन्तुमिच्छामीत्यर्जुनो भगवद्गीतायामुवाच ॥३॥

lekt4204.jpg
Afbeelding: अर्जुनो रथे सीदति । कृष्णो ऽस्य रथवाहो ऽस्ति ।
(Bron afbeelding: Details)

कवयो लब्धपुत्रतायाः पितॄन्मातॄश्च तुष्टुवुः ॥४॥ भर्त्रा भार्या भर्तव्या । तस्माद्भार्येत्युच्यते ॥५॥ सत्पुत्रः पितृभ्यः पिण्डान्ददाति । पितृभिः पिण्डदानमश्यत एवं च सुखजीवो जीवितुं शक्यते ॥६॥ भ्रात्रा स्वसा न विवोड्धव्या । भातरि स्वसारं कामयमाने देवाः क्रुध्यन्ति ॥७॥ क्थं भर्तुर्भ्रातोच्यते । देवेति भर्तुर्भ्राता वक्तव्यः ॥८॥ नप्तॄणां लाभं पितैच्छत् ॥९॥

42.4. Vertaaloefening

sig[सीता]विवाहः पुरा मिथिलायां जनको नाम राजा बभूव । तस्य सुता सीता नाम । सा रूपे शीले चानुपमा बभूव । तां परिणेतुमिछ्हन्तो ऽनेके राजकुमाराः जनकाय दूतान्प्रेषयामासुः ॥

जनकस्तु तां वीर्यसम्पन्नाय क्षत्रियकुमाराय दातुमैच्छत् । अतः स तां वीर्येण क्रेतव्यामकल्पयत् । तथा हि -- तस्य सकाशे गुरुतरं किमपि धनुरासीत् । य इदं धनुरुद्धृत्यास्मिन्शरं सन्धत्ते स मम सुतां परिणेष्यतीति जनकः प्रतिजज्ञे ॥ तां तस्य प्रतिज्ञां श्रुत्वा शतशो राजकुमाराः समाजग्मुः । परं नैको ऽपि तेषां तद्धनुश्चलयितुमपि शशाक । लङ्काधिपती रावणो ऽपि साटोपं समेत्य सलज्जं प्रतिनिवृत्त इति ज्ञायते ॥ सर्वान्राजकुमारान्प्रतिवृत्तान्विलोक्य को मे दुहितुर्भर्ता भविष्यतीति चिन्तापरो बभूव जनकः । अत्रान्तरे ऽयोध्याधिपतेर्दशरथस्य पुत्रः श्रीरामः सलक्ष्मणो विश्वामित्रेण तत्रानीयत । श्रीरामो महर्षेर्विश्वामित्रस्य वचनेन लीलयैव तद्धनुरुद्धृत्य यावत्तस्मिन्बाणमारोपयति तावत्तद्धनुर्द्वेधा भग्नं बभूव ॥

lekt4208.jpg
Afbeelding: धनुर्द्वेधा भग्नं बभूव
(Bron afbeelding: Details)

साधु साध्विति श्रीरामस्य वीर्यं प्रशशंसुर्जनाः ॥ जनकस्य राज्ञो हृदयं प्रहृष्टं बभूव । ततः स दशरथादीनानाय्य महता विभवेन सीतारामयोर्विवाहोत्सवं निरवर्तयन् ॥

(संस्कृतप्रथमादर्शे)

Verklaring van de rood gemarkeerde uitdrukkingen:

सीता v. eigennaam: dochter van koning जनक uit विदेह. Zij kwam tevoorschijn uit de aarde, toen de koning eens het veld ploegde; daarom haar naam: सीता v. "ploegschar"

lekt4205.jpg
Afbeelding: रामः, सीता, हनुमान्, लक्ष्मनः
(Bron afbeelding: Details)

मिथिला v. eigennaam: hoofdstad van विदेह

lekt4206.jpg
Afbeelding: मिथिला, विदेहः, अयोध्या, कोसलः
(Bron afbeelding: Details)

जनक m. eigennaam: koning van विदेह गुरुतर 3: comparative vorm van गुरु 3: zwaarder, zeer zwaar

धनुस् Nom.Akk.sg.n. bij धनुस् n. "boog"

शतशस् Adv.: in de honderden

लङ्का v. eigennaam: wordt geïdentificeerd met het huidige Sri Lanka (ශ්‍රී ලංකාව / இலங்கை)

रावण m. eigennaam; heerser van लङ्का, heerser der राक्षस.

lekt4207.jpg
Afbeelding: रावणः
(Bron afbeelding: Details)

अयोध्या v. eigennaam: hoofdstad van कोसल (zie kaart hierboven!)

दशरथ m. eigennaam: koning van कोसल राम m. eigennaam: zoon van दशरथ लक्ष्मन m. eigennaam: zoon van दशरथ विश्वामित्र m. eigennaam: ऋषि, trok met राम en लक्ष्मन uit om demonen te doden; daarvoor krijgen de twee van hem toverwapens.

सीतारामयोस् Gen.Lok.Dual bij सीताराम

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village