Skip to content

Les 41

41.1. सुभाषिते (twee spreekwoorden)

पुस्तकस्था च या विद्या परहस्ते च यद्धनम् । कार्यकाले समुत्पन्ने न सा विद्या न तद्धनम् ॥१॥

Uitleg: पर "ander"

lekt4102.jpg
Afb.: पुस्तकस्था च या विद्या ...
(Afbeeldingsbron: Details)

उपदेशो हि मूर्खाणां प्रकोपाय न शान्तये । पयःपानं भुजङ्गानां केवलं विषवर्धनम् ॥२॥

Uitleg: पयस् n. = दुग्धम्

41.2. Overige कृत्-vormen op -a

41.2.1. Onvoltooid deelwoord (लडादेशः) Ā, onvoltooid deelwoord (लडादेशः) passief, toekomend deelwoord (ऌडादेशः) Ā

41.2.1.1. Thematische tegenwoordige tijdstammen, passief en toekomende tijd

Vorming:

Stam van de tegenwoordige tijd / passieve stam / toekomende tijdstam + -māna (vrouwelijk: mānā)

Voorbeelden:

यज् 1U, part. tegenw. Ā यजमान 3 „iemand die in eigen belang met een offer vereert = offerheer“

मन् 4Ā, part. pres.Ā मन्यमान 3 "een denker"

कृ 8U, part. pres. passief क्रियमाण 3 "iets dat wordt gedaan"

दा 3U, part.toekomstĀ दास्यमान 3 "iemand die in eigen belang zal geven"

41.2.1.2. Athematische tegenwoordige tijdklassen

Vorming:

Zwakke tegenwoordige tijdstam (in de vorm die deze heeft vóór de uitgang -ate van de 3e pers. m.Ā) + -āna (vrouwelijk -ānā)

Voorbeelden:

Wortel / KlasseParticipium tegenwoordige tijd Ā
द्विष् 2Uद्विषाण
हु 3Pजुह्वान
ju-hu + āna
सु 5Uसुन्वान
su-nu + āna
रुध् 7Uरुन्धान
ru-n-dh-āna
तन् 8Uतन्वान
tan-u + āna
क्री 9Uक्रीणान
krī + n-āna

41.2.2. "Participium" van de passieve noodzaak (Gerundivum) (कृत्य)

Om de passieve noodzaak uit te drukken ("wat gedaan moet/kan worden"), kunnen bijvoeglijke naamwoorden afgeleid van wortels en afgeleide werkwoordstammen optioneel worden gevormd met de volgende suffixen:

  • -तव्य (v. -तव्या)
  • -अनीय (v. -अनीया)
  • - (v. -या)
  • -त्य (v. -त्या) (in plaats van -/-या)

41.2.2.1. Het suffix -तव्य / -तव्या

Het suffix -तव्य / -तव्या wordt op dezelfde manier aan wortels en afgeleide werkwoordstammen (bijv. causativum) toegevoegd als het infinitiefsuffix -तुम् (zie Les 23), d.w.z.

  • hoge-trap wortel + तव्य

of

  • hoge-trap wortel + -i- + तव्य

In het causativum:

  • causativumstam op -ay + -i- + तव्य

Voorbeelden:

जि 1Pजेतव्य 3"iemand die verslagen moet worden; een te verslaan"
वृत्वर्तितव्य 3"dat, waar men zich moet bevinden"
बुध् Caus.बोधयितव्य"iemand die gewekt moet worden; een te wekken"

41.2.2.2. Het suffix -अनीय / -अनीया

Vorming:

Hoge-trap wortel + -अनीय / -अनीया

Causativum en 10e presentieklassse:

Wortel, zoals die in de causativumstam verschijnt, zonder -aya- + -अनीय / -अनीया

Voorbeelden:

दा 3Uदानीय 3"te geven; wat gegeven moet worden"
जि 1Pजयनीय 3"te verslaan"
कृ 8Uकरणीय 3"te doen"
दृश्दर्शनीय 3"wat men moet zien; het zien waard"
बुध् Caus.बोधनीय 3
bodh-aya - aya + -anīya
"een te wekken"
दा Caus.दापनीय 3
dā-paya - aya + -anīya
"wat men moet geven"

41.2.2.3. Het suffix - / -या

Vorming:

Wortel (in zwakke, sterke of verlengde trap) + -

De exacte regels vindt men bij Kielhorn, Grammatica van de Sanskriettaal, blz. 195 - 197!

Behandeling van slotklinkers:

1. Wortels op -ā vormen dit gerundivum op -eya

Voorbeelden:

ज्ञा 9Uज्ञेय 3"te weten; wat erkend moet worden"
दा 3Uदेय 3"wat gegeven moet worden"

2. Wortels op -i /-ī / -u / -ū /-ṛ hebben doorgaans de sterke of verlengde trap, tenzij ze behoren tot die wortels op -i / -u /-ṛ die een gerundivum vormen met het suffix -त्य (vrw. -त्या) (lijst van deze wortels bij Kielhorn, Grammatica §537).

Voorbeeld:

स्मृ 1Pस्मर्य 3"waaraan men zich moet herinneren"

2a. Wortels op -i/-ī hebben de sterke trap

Voorbeelden:

विक्रीविक्रेय 3"te verkopen; verkoopbaar"
नी 1Uनेय 3"te leiden"

lekt4103.jpg
Afb.: विक्रेयाणि पुष्पानि
(Bron afbeelding: Details)

2b. Wortels op -u /-ū vervangen de -o van de sterke trap vóór de -ya door -av, en de -au van de verlengde trap door -āv. Vorming met de verlengde trap betekent in dit geval noodzakelijkheid.

Voorbeeld:

स्तु 2Uस्तव्य 3"wat geprezen dient te worden"
स्ताव्य 3"wat noodzakelijkerwijs geprezen moet worden"

Voorbeelden van mede-klankuitgang wortels (regels zie Kielhorn, Grammatik § 533ff.):

Diepklankvorming:

Voorbeelden:

दृश्दृश्य 3"zienwaardig"
शास् 2Pशिष्य 3"iemand die moet worden onderricht = leerling"

lekt4106.jpg
Afb.: दृश्यो मन्दिरः
(Bron afbeelding: Details)

Hoogklankvorming:

Voorbeelden:

द्विष् 2Uद्वेष्य 3"te haten vijand"
भिद् 7Uभेद्य 3"te splitsen"

Kausatieve en werkwoorden van de 10e presentia klasse (चुरादि)

Vorming:

Kausatief-/presentiastam zonder -aya- + -

Voorbeeld:

मन् Kausatief¹मान्य 3
mān-aya - aya + ya
"eerbetonend, hooggeëerd"

¹ eigenlijk denominatief aan मान

lekt4107.jpg
Afb.: मान्यः
(Bron afbeelding: Details)

41.2.2.4. Het suffix -त्य / त्या (in plaats van - / -या)

Lijst van wortels op -i / -u /-ṛ, die een gerundivum vormen in plaats van met - / -या met het suffix -त्य (vrouwl. -त्या), bij Kielhorn, Grammatik §537.

Vorming:

diepklankwortel + -त्य / -त्या

Voorbeelden:

2Pइत्य 3"te gaan"
श्रु 5Pश्रुत्य 3"te horen"
कृ 8Uकृत्य 3"te doen"

41.2.3. Syntactische opmerkingen over het „participium“ van de passieve noodzaak (gerundivum) (कृत्य)

Het gerundivum kan attributief worden gebruikt:

दर्शनीयं नगरम् = „een stad die je moet zien; een bezienswaardige stad”

Het gerundiv kan ook als predikaatnaamwoord worden gebruikt in zinnen met een passieve constructie die een verplichting of een bevel uitdrukken (met een verbod, een onmogelijkheid):

काशी द्विजैर्द्रष्टव्या = "Tweemaalgeborenen moeten Benares zien"

lekt4108.jpg
Afb.: दर्शनीयं नगरं काशी
(Bron: Details)

41.2.4. Verschillen in het gebruik van de gerundiv-achtervoegsels

Het gebruik van deze achtervoegsels overlapt grotendeels

  • -तव्य (vrouwelijk -तव्या): drukt altijd een noodzaak uit en wordt bij voorkeur predicatief gebruikt (zelden attributief). Samenstellingen met dit achtervoegsel mogen niet in nominale samenstellingen worden gebruikt.
  • -अनीय (vrouwelijk -अनीया) en - (vrouwelijk -या) / -त्य (vrouwelijk -त्या) (in plaats van -/-या): kunnen een andere betekenis hebben (met name -) in de zin van het Duitse "-wert" (bijv. "sehenswert") of alleen een variant van "-bar" (दृश्य "sichtbar"). Samenstellingen met deze achtervoegsels kunnen met -/-अन्- ontkend worden (maar niet samenstellingen met -तव्य) en ze komen voor als achterlid van तत्पुरुष.

41.2.5. Geen combinatie met सु- en दुस्-

Gerundieven mogen niet worden gekoppeld aan सु- en दुस्- in de betekenis van „licht” respectievelijk „zwaar”. In plaats daarvan worden तत्पुरुष van het type सुकर 3 ("gemakkelijk te doen") (zie Les 18).

41.3. Woordenlijst

मूर्ख m. = मूढ भुजङ्ग m.: slang

lekt4105.jpg
Afbeelding: भुजङ्गः
(Bron afbeelding: Details)

केवलम् Adv.: alleen, uitsluitend, volledig

विष n.: gif

lekt4104.jpg
Afbeelding: भुजङ्गस्य विषम्
(Bron afbeelding: Details)

शास् 2P शास्ति : terechtwijzen, beheersen, gebieden, onderwijzen

heeft de zwakke tegenwoordige stam शिष् : शिष्मस्, maar de 3. mv. T.T. heeft een sterke stam: शासति (!! uitgang -ati) naast af en toe शासन्ति. अशासुर्. Ook de hele आत्मनेपद heeft, voor zover deze voorkomt, de sterke stam: शास्ते

Perf I शशास, शशासुर्
Fut. शासिष्यति
Pass. -शास्यते । शिष्यते
PPP शिष्ट : onderwezen, wijs
Inf. शासितुम्
Absol. -शिष्य -शास्य

daarvan:

शासना f.: koninklijk edict, leer, religie

lekt4109.jpg
Afbeelding: शासना
(Bron afbeelding: Details)

शास्त्र n.: leer, leerwerk

शास्त्रिन् m.: onderwezen, geleerde

lekt4110.jpg
Afbeelding: शास्त्री
(Bron afbeelding: Details)

शिष्य 3: te onderwijzen = leerling

शरण 3: beschermend, schattend; n. bescherming, toevlucht, het zich tot iets wenden

सङ्घ n.: (tot सम्-हन् : samen-slaan): schare, hoop, gemeenschap (bijv. boeddhistisch)

कन्या f.: jong meisje, dochter, maagd

अति voorzetsel: over, voorbij (in ruimte, tijd, aantal, hoeveelheid, volgorde, macht, intensiteit), uiterst

+ अति 2P अत्येति : voorbijgaan

PPP अतीत : n. verleden tijd

41.4. Oefening

A) Vertaal de twee spreekwoorden aan het begin van de les.

B) Vertaal:

बुद्धम् शरणं गच्छामि धर्मं शरणं गच्छामि सङ्घं शरणं गच्छामीति बुद्धगतैर्वक्तव्यम् ॥१॥ काशीं पत्स्ये गङ्गां द्रक्ष्यामि तत्र च मरिष्यामीति मन्यमानो मान्यो वृद्धनरः पुत्रांश्च पुत्रपुत्रांश्च धनं च तत्याज काशीं च प्राव्रजत् । एवं च रोध्यं दुःखं तरिष्यतीति मन्ये ॥२॥

lekt4111.jpg
Afb.: काशीं पत्स्ये गङ्गां द्रक्ष्यामि ...
(Bron afbeelding: Details)

कन्यां व्युवह तस्यां च पुत्रमजनयं महाधनं च लेभ एवं सुखमापेत्यतीते मुमोह । ततः प्रजज्ञौ सुखाद्दुःखं जायते तस्माल्लोकसुखमपि त्यजनीयं न च किंचिदिन्द्रियैः स्प्रष्टव्यमिति ॥३॥ विक्रेयाणि विक्रीयापुत्रवैश्यो भिक्षुभ्यो विक्रयफलमददाद्दानपुण्यं चादत्त । एतत्कर्म स्तुत्यमिति भिक्षवः प्रोचुर्बुद्धिमन्तस्तु विकल्पयन्ति किमेवं कुर्वाणो वश्यः पुण्यं चकारेति ॥४॥ गुरुभिः शिष्याः शासितव्याः शिष्यैरध्ययनमध्येतव्यम् ॥५॥

Een deel van de Bibliotheek van Tüpfli's Global Village