🇳🇱 NL - Nederlands
🇳🇱 NL - Nederlands
Weergave
🇳🇱 NL - Nederlands
🇳🇱 NL - Nederlands
Weergave
Ook de volgende naamwoordstammen, die met een klinker eindigen, vormen de nominatief enkelvoud op -s:
Vrouwelijke naamwoorden op -i: bijv. śruti v. "het horen" -- Nom. sg.: śrutis = श्रुतिस्
Vrouwelijke naamwoorden op -u: bijv. dhenu v. "melkkoe" -- Nom. sg.: dhenus = धेनुस्
De nominatief enkelvoud wordt gevormd zonder uitgang:
Vrouwelijke naamwoorden op -ā: bijv. devatā v. "godheid" -- Nom. sg.: devatā = देवता
Vrouwelijke naamwoorden op -ī: bijv. devī v. "godin" -- Nom. sg.: devī = देवी
Let op! Daarnaast bestaan er eenlettergrepige vrouwelijke wortelnomina op -ī, waarvan de nominatief enkelvoud eindigt op -s: bijv. dhī v. "gedachte" -- Nom. sg.: dhīs = धीस्. Ook lakṣmī (लक्ष्मी) v., tarī (तरी) v. "boot" en tantrī (तन्त्री) v. "snaar" vormen onregelmatig de nominatief enkelvoud op -s: lakṣmīs = लक्ष्मीस्.
Mannelijke naamwoorden op -a:
Vrouwelijk geslacht op -ā: bijv. kṣatriya m. » kṣatriyā v. "Kṣatriya-vrouw" = क्षत्रिया
Vrouwelijk geslacht op -ī: bijv. brāhmaṇa m. » brāhmaṇī v. "Brahmanin" = ब्राह्मणी
Mannelijke naamwoorden op -u:
Vrouwelijk geslacht op -ī: bijv. sādhu m. » sādhvī v. (goed, heilige) = साध्वी
(-u- wordt voor een klinker -v-, dus -u- + -ī » -vī)
De uitgang van de nominatief meervoud in het mannelijk en vrouwelijk geslacht is -as.
Mannelijke naamwoorden op -a: deva- + -as » devās = देवास्
Vrouwelijke naamwoorden op -ā: devatā- + -as » devatās = देवतास्
Mannelijke naamwoorden op -i: kavi- » kave- + -as » kavayas = कवयस्
Vrouwelijke naamwoorden op -i: śruti- » śrute- + -as » śrutayas = श्रुतयस्
Vrouwelijke naamwoorden op -ī: devī- + -as » devyas = देव्यस्
Mannelijke naamwoorden op -u: guru- » guro- + -as » guravas = गुरवस्
Vrouwelijke naamwoorden op -u: dhenu- » dheno- + -as » dhenavas = धेनवस्
Opmerking: e is de hogere trap (guṇa) van i, o is de hogere trap van u.
Eenvoudige klinkers die niet of alleen in lengte van elkaar verschillen, ‘versmelten’ tot de bijbehorende lange klinker:
bijv.
devatā + annapūrṇā » devatānnapūrṇā “Annapūrṇā is een godheid” = देवतान्नपूर्णा (Annapūrṇā is de godin van het eten en het koken; zij wordt beschouwd als een incarnatie van Pārvatī, de echtgenote van Śiva.)
devī + indrāṇī » devīndrāṇī „Indrāṇī is een godin” = देवीन्द्राणी (Indrāṇī is de echtgenote van de god Indra.)

Afb.: Indra en Indrāṇī op de olifant Airavata, miniatuur, Rājasthān, 1670/80
(Bron: Details)
Enkelvoudige klinkers (behalve -a / -ā) worden vóór ongelijksoortige klinkers vervangen door de overeenkomstige halfklinker:
bijv.
devī + umā » devy umā "Umā is een / de godin" = देव्युमा (Umā is een naam voor Pārvatī, de echtgenote van Śiva)
-a / -ā voor een ongelijksoortige klinker:
Voor deze sandhi geldt dus het volgende schema:

(Afbeeldingsbron: Details)
Ziehi later naar deze zogenaamde stamafstamming!
b.v.
śūdrā + itarā » śudretarā "Itarā is een Śūdra-vrouw" = शूद्रेतरा
-āḥ wordt voor alle stemhebbende klanken vervangen door -ā.
b.v.
dvijās + vaiśyāḥ » dvijā vaiśyāḥ "Vaiśyas zijn tweemaal geborenen" = द्विजा वैश्याः
Leer de volgende woorden:
śruti v. = श्रुति : het horen, de eeuwige overlevering (benaming voor de Veda's en Brāhmaṇa's).
smṛti v. = स्मृति : verbeelding, herinnering, meditatieverbeelding = aandachtigheid, overlevering (tegenbegrip van śruti). Omvat:
de zes vedāṅga n. (वेदाङ्ग)
smṛti is ook specifiek een benaming voor Dharmaleerwerken.
dhenu v. = धेनु : (melk-)koe.
paśu m. = पशु : gedomesticeerd landbouwhuisdier, vee (collectief).
devatā v. = देवता : godheid (abstract en concreet).
brāhmaṇī v. = ब्राह्मणी : brahmaanvrouw.
kṣatriyā v. = क्षत्रिया : vrouwelijke kṣatriya.
kṣatriyī v. = क्षत्रियी : vrouw van een Kṣatriya.
vaiśyā v. = वैश्या : vrouwelijke Vaiśya.
śūdrā v. = शूद्रा : vrouwelijke Śūdra.
śūdrī v. / śūdrāṇī v. = शूद्री शूद्राणी : vrouw van een Śūdra.
devī v. = देवी : godin, in het bijzonder Durgā v. = दुर्गा, de echtgenote van Śiva = शिव.

Afb.: Durgā = दुर्गा, Orissa
(Bron: Details)
sādhvī v. = साध्वी : vrouwelijke vorm van sādhu.
gurvī v. = गुर्वी : vrouwelijke vorm van guru.
asmitā v. = अस्मिता : „ik-ben-heid”, d.w.z. de (onjuiste) overtuiging: ik ben degene die ziet, enz.
ānvīkṣikī v. = आन्वीक्षिकी : filosofie (de wetenschap die door middel van logisch correcte redeneringen tot haar conclusies komt).
upekṣā v. = उपेक्षा : onverschilligheid, gelijkmoedigheid.
karuṇā v. = करुणा : medeleven, medelijden.
muditā v. = मुदिता : vreugde, in het bijzonder medevreugde (het tegenovergestelde van afgunst).
A) Zet de volgende zinnen in het meervoud:
B) Vorm Nominaalzinnen door invulling:
C) Vertaal naar het vrouwelijk geslacht:
D) Vertaal naar het Sanskriet: