🇳🇱 NL - Nederlands
🇳🇱 NL - Nederlands
Weergave
🇳🇱 NL - Nederlands
🇳🇱 NL - Nederlands
Weergave
Sommige werkwoorden kunnen een dubbele accusatief (dvitīyā) regeren: accusatief van de persoon en accusatief van de zaak.
Daartoe behoren:
Werkwoorden van het spreken: tot iemand (accusatief) over iets (accusatief) spreken; tegen iemand (accusatief) iets (accusatief) zeggen
Werkwoorden van het vragen: iemand (accusatief) naar iets (accusatief) vragen
Werkwoorden van het onderwijzen: iemand (accusatief) iets (accusatief) onderwijzen
enkele verdere werkwoorden, waarvan dit in de woordenlijsten wordt vermeld
Wordt een dergelijke constructie in de passief gezet, dan wordt de persoon (die gevraagd wordt enz.) in de nominatief (prathamā) geplaatst, terwijl de zaak (waarnaar gevraagd wordt enz.) in de accusatief blijft.
bijv. rāmo brāhmaṇaṃ dharmaṃ pṛcchati = रामो ब्राह्मणं धर्मं पृच्छति = "Rāma vraagt de brahman naar de dharma."
» Passief: rāmeṇa brāhmaṇo dharmaṃ pṛcchyate = रामेण ब्राह्मणो धर्मं पृच्छयते
Deze regel geldt alleen wanneer zowel persoon als zaak object zijn. Is een zaak het enige object, dan staat deze volgens het basisschema van de passieve zin in de nominatief (prathamā):
bijv. rāmo dharmaṃ pṛcchati = रामो धर्मं पृच्छति = "Rāma vraagt naar de dharma."
» Passief: rāmeṇa dharmaḥ pṛcchyate = रामेण धर्मः पृच्छयते
Leer de volgende woorden:
iti इति : aldus
Staat na de formulering van een gedachte, wens, uitspraak of citaat als het ware als aanhalingsteken (").
bijv. sādhavaḥ svargaṃ gacchantīti brāhmaṇā vadanti "Brahmanen zeggen: 'Heiligen gaan naar de hemel'" = "Brahmanen zeggen dat heiligen naar de hemel gaan".
In het Sanskriet bestaat geen indirecte rede; vormingen met iti moeten in het Nederlands vaak in indirecte rede worden weergegeven.
... (citaat) ... iti śrutiḥ = "aldus de Veda".
Vaak moet men na iti een werkwoord van het denken aanvullen: "denkend: '...' doet hij dat". In het Nederlands idiomatisch weergeven (bijv. "Omdat hij honger heeft, gaat hij...").
evam एवम् : zo (bijwoordelijk, bijv. evaṃ jayati "zo overwint hij").
na न : niet
putra m. पुत्र : zoon (in India was het noodzakelijk om een zoon te verwekken die de offers voor de voorouders kon brengen.)
dharma m. धर्म : („dat wat vaststaat”, d.w.z.) recht, wet, zede, karakter.
adharma m. अधर्म : onrecht (tegenpool van dharma).
iṣ 6 P (icchati) इष् इच्छति : wensen (iṣ-ccha-ti).
Enkele naamwoordvormen:

Afb.: vadanāni = वदनानि
(Bron afbeelding: Details)
prach 6 P प्रच्छ् : vragen
iṣ 6 P इष् : wensen
A) Vertaal de onderstaande zinnen:
C) Zet in de zinnen uit A), waar dat zinvol is, het onderwerp, het lijdend voorwerp en het predikaat in het meervoud.
D) Vorm de passieve vorm van de zinnen die volgens C) zijn gevormd.

Afb.: śrāvako mahākāśyapaḥ = श्रावको महाकाश्यपः
(Bron: Details)
A) Vertaal naar het Sanskriet met passieve constructies:
B)
C) Vertaal:
D) Vertaal en zet in het Sanskriet het subject, het lijdend voorwerp en het werkwoord in het meervoud:
E) Zet de zinnen C) 1-5 om in actieve constructies.

Afbeelding: karṣakeṇa kṛṣyate = कर्षकेण कृष्यते
(Bron afbeelding: Details)